
Op 27 december 1949 werd de soevereiniteitsoverdracht getekend in Amsterdam, waarmee de Indonesische onafhankelijkheid definitief werd. Voorafgaand aan de soevereiniteitsoverdracht bespraken vertegenwoordigers van Nederland, de Republiek Indonesië en de Bijeenkomst voor Federaal Overleg (BFO), een samenwerkingsverband tussen vertegenwoordigers van federale deelstaten buiten de Republiek, de voorwaardes van de overdracht tijdens de Ronde Tafel Conferentie (RTC) (23 augustus 1949 – 2 november 1949). Op 14 december 1949 werd de voorlopige federale grondwet ondertekend. Drie dagen later, op 17 december, werd Soekarno de eerste president van Indonesië. Hij beëdigde op 20 december de eerste Indonesische regering. Op 27 december werd de akte van de soevereiniteitsoverdracht met het Uniestatuut ondertekend in het Paleis op de Dam. De ceremonie in Amsterdam vormde samen met twee gelijktijdige ceremonies in Indonesië het einde van de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949). Hiermee droeg het Koninkrijk der Nederlanden de soevereiniteit formeel, oftewel de jure, over aan de Verenigde Staten van Indonesië (VSI). Voor veel Indonesiërs was hun land feitelijk, oftewel de facto, al onafhankelijk sinds de proklamasi op 17 augustus 1945. De twee data van onafhankelijkheid, 17 augustus 1945 en 27 december 1949, blijven tot op heden gevoelige onderwerpen. Op 14 juni 2023 erkende de Nederlandse regering dat Indonesië al op 17 augustus 1945 “volledig en zonder voorbehoud” onafhankelijk werd. Alhoewel dit symbolisch een belangrijk gebaar is naar Indonesië, veranderde er juridisch niets. De Verenigde Naties houdt 27 december 1949 aan als datum waarop Indonesië onafhankelijk werd. Daarnaast doet de erkenning van 17 augustus 1945 als begin van de Indonesische onafhankelijkheid volgens sommigen in Nederland onrecht aan de burgers en militairen die tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog hebben geleden of zijn overleden.