De Katholieke Meisjes Bond te Padang werd 17 februari 1924 te Padang opgericht en onderhouden door de Zusters van Liefde van Onze Lieve Vrouw, Moeder van Barmhartigheid (SCMM). Ze werden ook wel de Zusters van Liefde van Tilburg genoemd.
Meisjes.
Twee meisjes. Een meisje kijkt aandachtig naar vrouw, die wordt opgemaakt. Het andere meisje toont verbazing/schrik.
Twee meisjes op bank. Een met bril en staartjes.
Hollands meisje met twee Molukse meisjes.
Links Linda Sekewaeil, rechts onbekend meisje.
Een borduur- en applicatiewerk met de voorstelling van een meisje in wijde rok temidden van bloemen. Het geheel is gevat in een lijst van hout en glas.
Een halfrond katoenen kraagje dat zo fijn is gebreid dat het op kantwerk lijkt. Volgens bijgevoegde tekst is het kraagje op 'lidih's' gebreid. Een 'lidih' is de nerf van een palmblad, waaruit ook bezems (tapoe lidih) werden gemaakt.
Een rond bijouteriedoosje gemaakt van karton(?) en overtrokken met witte katoen. Het deksel is vastgemaakt aan één kant met een bruine katoenen draad. Op het deksel is een bloemmotief geborduurd.
Een potloodtekening van een hoek in een neo-gotische kapel. Rechtsonder de tekst: "Afwashoekje" Kapel".
Een potloodtekening van een vrouw bij een pan op een ronde tafel. De vrouw houdt een lepel in haar hand. Op de achtergrond zijn vaag zichtbaar enige bedden met klamboes. Rechtsonder de tekst: "Kapel 's ochtends 6 uur "Warm water!".
Een schoolschrift met potloodtekeningen en kampliedjes en -gedichten. De titels luiden: Kamplied; Opschepster zijn is een naar bestaan....; Kampgedichten. De tekeningen geven gebouwen, interieurs van slaapzalen en scènes uit het kampleven weer.
Een geborduurde voorstelling naar het uiterlijk van een Delfts blauwe tegel. Op een witte achtergrond is met blauw een cirkel met een floraal motief geborduurd met daarin de afbeelding van een molen en een huis aan het water. Het geheel is gevat in een lijst van hout en glas.
Borduurwerk met de voorstelling van een kop van een draadharige foxterriër van links van opzij gezien afgebeeld. Het geheel is gevat in een lijst van hout en glas.
Met wenkbrauwstift getekende kerk, met - losstaand - een gebouw met klok. Bijschrift: "Kerstnacht 1944".
Dagboek van de vrouw een employee van de A.V. Bank (Algemene Volkskredietbank?) te Soerabaja (geboren op 29 juni 1900), die op 22 april 1942 wordt gearresteerd en overgebracht naar Bodjonegoro. De eerste dagboekaantekeningen uit 1942 zijn van de man. Vanaf 15 april 1943 schrijft de vrouw, in Soerabaja, in een soort briefvorm aan haar man. De vrouw is in februari 1944 in Semarang en wordt geïnterneerd in Gedangan.
Een briefkaart met voorgedrukte Maleise tekst en Japanse karakters. De briefkaart is van: "M. Igel Blanda-Totok 11507 Djawa C.P." en gericht aan "Njonja A.A. Igel-de Haan 11506 Blanda-Totok Djawa C.P." De tekst op de briefkaart is in het Maleis geschreven. De briefkaart is ongedateerd. M. Igel werd eind 1944 geïnterneerd in het jongenskamp Bangkong te Semarang. De briefkaart is daarom waarschijnlijk in 1945 geschreven. ...
Een geëmailleerd etenskommetje. Vanbinnen wit, van buiten lichtblauw. Op de onderkant in donkerblauw een anker omwonden door een ankertouw en geflankeerd door de letters E W. Het etenskommetje is gebruikt door mevrouw H.M.C. Laban-Vanger in de vrouwenkampen Darmo te Soerabaja, Gedangan en Lampersari te Semarang en Kamp IV in Tjimahi. Oorspronkelijk diende het als waterbakje voor haar Pekinees-hondje Bobby.
Een zilverkleurig rond metalen identiteitsplaatje met op een kant ingegraveerd: "Arendje Paardekooper 24-5-1938 SBA." en op de andere kant: "Wilhelminalaan 27 SBA."
Een geborduurde servethouder van textiel. Het borduursel bestaat uit een kerstklok en de naam "Gedangan 1944".
Een pop geheel van textiel gemaakt in het vrouwenkamp door mevrouw M.M. Paardekooper-Julio voor haar dochters. De pop stelt een man voor. Hij draagt een blauwe muts, een kort zwartfluwelen jasje met een rode halsdoek vastgepind door een speld met een kunstparel en diamantje als knop. Verder een roodzwart geblokte broek met bovenaan een roomwit kunststoffen 'gesp' als sluiting.
Een pop geheel van textiel gemaakt in het vrouwenkamp door mevrouw M.M. Paardekooper-Julio voor haar dochters. De pop stelt een vrouw voor. Zij draagt een wit geblokte blauwe jurk met witte kanten halskraag, een wit gehaakte flaphoed en een wit linnen schort met onderaan een strook kantwerk.
Een broche uit hout gesneden, geverfd en gelakt in het kamp door een zoon van een timmerman. Hij moest later naar een jongenskamp, zoals alle jongens ouder dan tien jaar. De afbeelding op de broche is het portret van een knipogende man met helm. Hij heeft de naam gekregen van 'Wimpie Welvaart'. Op de achterkant is een metalen oogje aangebracht.
Een elektrische fluitketel van chroom kleurig metaal. Het handvat is met riet omwonden en de bodem rust op drie kurken voetjes. De ketel werd door mevrouw M.M. Paardekooper-Julio gedurende de gehele kamptijd meegenomen: via De Wijk in Soerabaja, naar Gedangan in Semarang en later lopend naar kamp Lampersari eveneens in Semarang. De elektrische ketel is vooral veel in kamp Lampersari gebruikt. Het gezin Paardekooper woonde ...
Een broche uit hout gesneden, geverfd en gelakt in het kamp door een zoon van een timmerman. Hij moest later naar een jongenskamp, zoals alle jongens ouder dan tien jaar. De afbeelding op de broche is het portret van een knipogende vrouw met blauwe hoed en oranje blouse. Op de mouw van haar blouse is de Nederlandse driekleur aangebracht. Zij gaat onder de aanduiding 'Nederlandse verzetsstrijder'. Op de achterkant is een ...
15 juli 1920
9 oktober 1917