Glaspositief Eggen der sawahs op Java
Zwart-wit diapostief met de afbeelding van ploegende boeren op de vlakke natte rijstvelden. Twee voorgespannen ossen/karbouwen trekken de houten handploeg voort. De afbeelding op dit diapositief werd gemaakt voor de publicatie "Indië in Beeld" (1911) en een reeks schoolplaten over Java en Sumatra, uitgegeven in 1912. Beiden waren bedoeld om meer bekendheid te geven aan Nederlands-Indië, 'die mooie, rijke Koloniën, de grootste bron van Neerlands welvaart.' Bij de publicatie en de schoolplaten zijn toelichtende teksten geschreven door een aantal hoogleraren en deskundigen uit die tijd. De toelichtende tekst bij deze afbeelding is van Prof. Dr. A. W. Nieuwenhuis: "Plaat 81 vertoont eenige karbauwen, voor de Javaansche ploeg gespannen ter bewerking der hier onder water staande rijstvelden. Op plaat 76 zagen wij zulk een buffel een suikerrietmolen voortbewegen. Aan zijne geschiktheid om werk in de modderige sawah's te verrichten, ontleent dit dier vooral zijn belang voor den Indischen landbouw. Het rund zou dat niet kunnen uithouden, bovendien is de buffel veel sterker. Gedurende het heetste van den dag werkt hij evenwel niet en ligt dan 't liefst met zijn zware lichaam onder water of wentelt in 't moeras. In zijne bewegingen is de buffel langzaam, maar krachtige exemplaren worden in staat geacht 900-1200 kilo op een wagen voort te kunnen trekken. Meestal is zijn kleur donker grijs en zijn huid weinig behaard. Naast zijne geheele logge gedaante vallen de horens door hunne groote lengte en eigenaardigen stand bijzonder op. Naar men zegt, onderscheiden de Inlanders ongeveer 100 verschillende horenvormen. Naast de grijze dieren komen betrekkelijk veel albino's voor, die zwakker gebouwd en vooral als slachtdieren heel wat minder waard zijn dan de andere, omdat de Inlander vreest door het eten van zulk vleesch allerlei ziekten te krijgen. Als slachtdier wordt de buffel eerst gebruikt, wanneer hij als trekdier en voor de voortteling niet meer bruikbaar is. Zijn vleesch is grover en zoeter van smaak dan dat van het rund, maar de Inlanders geven er toch de voorkeur aan. Op Bali, waar den Hindoes het rundvleesch verboden is, eten zij wel karbauwenvleesch. De buffel plant zich langzamer dan het rund voort en schijnt wat gevoeliger voor ziekten te zijn. In den laatsten tijd neemt het aantal buffels, vooral op Midden-Java, nogal af, wat gedeeltelijk aan het minder worden der weidegronden door dichtere bevolking en aan gebrekkige verpleging en voeding is toe te schrijven."