
De Volksraad was een gebrekkig ontwikkeld parlement in voormalig Nederlands-Indië. De macht van de Volksraad was beperkt, omdat het alleen het adviesrecht bezat. De Volksraad telde zestig leden: 30 leden uit verschillende Indonesische bevolkingsgroepen, 25 Nederlanders en 5 zogenaamde ‘Vreemde Oosterlingen.’ Een deel werd gekozen (hoewel slechts een klein deel van de bevolking kiesrecht had), een ander deel werd benoemd door de gouverneur-generaal. Onder invloed van de mislukte revolutiepoging van Troelstra in Nederland stelde gouverneur-generaal Van Limburg Stirum al de eerste Volksraad in het vooruitzicht dat Indië binnen afzienbare tijd zijn eigen aangelegenheden zou kunnen regelen, de zogenoemde novemberbeloften.