Interview Herman Bussemaker
Interview, afgenomen als onderdeel van het oral history-project "Buitenkampers. Boekan main, boekan Main! – Een verzwegen geschiedenis van Nederlands-Indië 1942-1949" over de Japanse bezetting van Nederlands-Indië en de periode van dekolonisatie die erop volgde. De transcriptie is als volgt: De transcriptie is als volgt: 00:00 - 00:54 - Voorstellen Mijn naam is Herman Bussemaker en ik ben geboren in Surabaya in 1935. Mijn opa was werkzaam in Nederlands-Indië bij de Nederlands-Indische Spoorwegen en had recht op verlof, wat veel van zijn mede-Indische Nederlanders niet hadden. Hij ging in 1928 naar Nederland met zijn vrouw, mijn grootmoeder, en de kinderen, waaronder mijn moeder. Ze maakten gebruik van het verlof om ook het buitenland te bezoeken. Ik kan me herinneren dat hij vertelde dat ze in Duitsland waren, ik meen in Berlijn, en dat hij door een Duitser werd aangesproken met de vraag: "Sind Sie ein Japaner?" Dat vond hij toch niet erg prettig. Hij werd nog boos als hij dat verhaal vertelde. En dat was dus in 1928. 00:56 - 02:04 Japanse invasie Voor ons begon de oorlog met de Japanse aanval op Pearl Harbor, waarna de Nederlandse oorlogsverklaring op 8 december 1941 kwam. Wij hebben gecapituleerd voor de Japanners op 8 maart 1942, dus zeg maar drie maanden later. Na het innemen van Java door de Japanners veranderde het straatbeeld vrij dramatisch. De Japanners hadden alles op alles gezet om het Europese element in het straatbeeld te elimineren. Dat gebeurde natuurlijk door het gevangen nemen en in interneringskampen stoppen van alles wat Nederlands was. Maar ook aan andere maatregelen moeten we in dat verband denken. Alle Nederlandse advertenties of billboards werden vervangen door Japanse of Indonesische teksten. Monumenten, bijvoorbeeld van Jan Pieterszoon Coen of Van Heutsz, werden omver getrokken. Nederlands mocht niet meer gesproken worden in het openbaar. 02:06 - 02:59 - Japanse propaganda Een van de Japanse maatregelen was natuurlijk, en dat is analoog aan wat de Duitsers hier deden, het verbieden van het hebben van radio's. Radio's werden verzegeld of op een dusdanige manier behandeld dat je alleen Tokyo kon ontvangen of andere gunstig gestemde zenders voor de Japanners. En dat betekende toch dat er een groot nieuwsvacuüm kwam. Wij wisten alleen maar van grandioze overwinningen van de Japanners, die steeds dichter bij Japan plaatsvonden. En daaruit kon je dus concluderen dat het met hen niet zo goed ging. Maar verder was je van vrijwel alle informatie verstoken. Er was ook censuur. Zelfs de Maleise kranten, die voor het Indonesische, inheemse publiek waren, waren gecensureerd en vertelden dus niets over de opmars van de geallieerden. En ja, dat was toch wel vervelend, want je wist niet wat er gebeurde. 03:03 - 04:22 - Wel of niet in het kamp? De Japanners streefden na de bezetting van Java ernaar om alle Europese invloeden uit de maatschappij zo snel mogelijk te verwijderen. Dat betekende dat de Nederlandse Nederlanders, de Totok zoals ze dan genoemd werden, in interneringskampen verdwenen in de loop van 1942. De Japanners maakten een bewust onderscheid, een raciaal onderscheid, op basis van gemengdbloedigheid. De Nederlandse Nederlanders waren dus 100% Europees en gingen daarom de kampen in. Maar voor de Indische Nederlanders hoopten de Japanners dat die de kant van Japan of de Japanners zouden kiezen. Bovendien hadden ze ook geen ruimte voor al te veel kampen op Java. Die kregen dus de gelegenheid om buiten de kampen te blijven, maar moesten daarvoor een pedaftaran hebben. Dat kun je vergelijken met wat hier in Nederland door de Duitsers een Ausweis werd genoemd. Een pedaftaran gaf je dus een identiteit waarmee je niet in het kamp hoefde te zijn. Daar werden allerlei raciale criteria voor gebruikt, over het percentage gemengdbloedigheid dat je dan had. 04:25 - 05:41 - Ervaring met de Japanners 1 Het geweldsmiddel dat de Japanners gebruikten tegen de Indische gemeenschap, maar trouwens ook tegen de andere gemeenschappen, was niet het leger, want dat was het leger, maar dat was de militaire politie en die stond bekend als Kempeitai . En de Kempeitai kunt u het beste vergelijken met de Duitse Gestapo, zoals die hier in Nederland werkte. De Kempeitai leunde dus heel sterk op verklikkers en richtte zich dus ook heel duidelijk op de gemeenschap, de Indische gemeenschap, die zij niet vertrouwden. En dat was ergens wel terecht, want de Indische gemeenschap liep dus niet over naar hun kamp en bleef in feite het oude koloniale regime trouw. Dat hebben we gezien met de vlaggen die verborgen werden en de portretten. En de Kempeitai was dus niet zeker van die loyaliteit van de Indische Nederlanders en dat betekende dat ze heel, heel rücksichtslos — om een Duits woord te gebruiken — die gemeenschap in de gaten hielden. Dat jonge mannen bijvoorbeeld, die gevaar konden opleveren, opgepakt werden en in kampen werden gedouwd, in werkkampen. En dat ze je om het minst geringste martelden om bekentenissen te ontfutselen, waarna je onthoofd kon worden. 05:44 - 06:23 - Ervaring met de Japanners 2 De Japanners waren niet misselijk als ze bij jou een werkende radio constateerden, want er zijn gevallen bekend waarin dan de betreffende eigenaar gewoon geëxecuteerd werd met het samuraizwaard. Dus dat was een zeer doeltreffende manier om het radioluisteren af te schrikken. Wij hebben dus ook, als ik nu even over de eigen ervaring spreek, die drieënhalf jaar van de Japanse bezetting in feite geen radio meer beluisterd of aangeraakt. Als ze een radio vonden en hij was dus niet verzegeld of de zegels waren verbroken, kon dat betekenen dat je geëxecuteerd werd. De Japanners waren daar heel radicaal in. 06:25 - 07:24 - Dwangarbeid De Kempeitai had dus overal spionnen, die hun op de hoogte hielden van eventuele verzetsactiviteiten. Maar wat ze ook deden waren razzia’s, waarbij ze met een Japanse patrouille en een aantal vrachtauto’s een wijk binnenreden waar veel Indische Nederlanders zaten. En dan werden de Indische jongens gewoon van straat geplukt en bijvoorbeeld in werkkampen aan het werk gesteld. En degene die geen loyaliteitsverklaring tekenden, dat waren de meesten, die konden zelfs in gevangenissen terechtkomen en daar terechtgesteld worden. De meest bekende werkkampen voor Indische jongeren zijn die van Halimun in Batavia en Dampit in Malang of bij Malang. En ja, daar was een streng regime. In Dampit zijn bijvoorbeeld dertien jongens onthoofd op beschuldiging van verzet. En daar waren de Japanners heel bang voor — voor verzet vanuit de Indische gemeenschap tegen hun bezetting, zullen we maar zeggen. 07:26 - 08:42 - Bersiap 1 Na de Japanse capitulatie brak er een hele onzekere periode aan op Java en Sumatra. En de geallieerde troepen die bleven maar weg. En daar heeft de Indonesische regering gebruik van gemaakt door in dat vacuüm te springen. En dat was niet zozeer de Indonesische regering an sich, maar het waren vooral de door de Japanners getrainde jongeren die de macht grepen en overal op jacht gingen naar Nederlanders en Indische Nederlanders, die dan op straat waren en die risico liepen om in handen te vallen van deze jeugdbendes, de Pemuda’s genoemd, en vermoord te worden. Die Pemuda’s - het woord betekent in het Maleis jongeren of jeugdigen - waren dus afkomstig uit de middelbare scholen en hadden in de Japanse bezetting een Japanse militaire training ontvangen. Ze waren niet bewapend met geweren, konden wel exerceren, maar ze werden uitgerust met bamboesperen, de zogenaamde bamboeroentjings, en met kapmessen, de koroks. En daarmee konden ze, met die twee wapens, konden ze verschrikkelijke slachtingen aanrichten onder de ongewapende burgerbevolking. Niet alleen de Indische Nederlanders, maar ook andere bevolkingsgroepen. 08:44 - 09:24 - Bersiap 2 En je ziet dan inderdaad dat in die paar maanden na de Japanse capitulatie de Bersiap om zich heen grijpt. Men zocht in feite mensen die de Nederlandse regering of het koloniale bewind steunden. Nou, dat waren dus de Indische Nederlanders die niet in de kampen zaten. De Nederlanders die in de kampen zaten, werden beschermd door hun vroegere vijanden, de Japanners, wat op zich natuurlijk ook vreemd was. Maar de Indische Nederlanders waren volstrekt vogelvrij. Ze werden door niemand beschermd. Mannen en vaders zaten vaak ook nog in de kampen. En daar hebben dus enorme moordpartijen plaatsgevonden. 09:26 - 10:47 - Republikeinse kampen] De Indonesische regering realiseerde zich in september dat het zo niet goed ging. En dat de internationale reputatie van de jonge republiek gevaar liep door deze moorden. Toen heeft Sukarno, de president van de Republiek Indonesië, besloten om eerst alle mannen en jongens te arresteren. Want daar was natuurlijk primair de woede van de pemoeda’s op gericht. En toen die dus in de gevangenissen zaten, werden de onbeschermde vrouwen en kinderen in zogenaamde beschermingskampen gestopt. Hoe edel de motivatie van Sukarno ook was, het feit was dat het arresteren en onderbrengen van die Indische vrouwen en kinderen gedaan werd door mensen, politie, maar ook pemoeda’s, die allesbehalve pro-Nederlands waren. Dus dat ging vaak met slaag, met geweld ging dat gepaard. De levensomstandigheden in deze zogenaamde beschermingskampen waren allesbehalve normaal. Hygiëne ontbrak vrijwel volledig en ook de voedselrantsoenen waren buitengewoon laag, waardoor er extra sterfte optrad onder kinderen en ouderen, juist in deze Bersiap-kampen. De Bersiap-kampen hebben geduurd tot mei 1947. Toen werden de laatste Bersiap-kampen ontruimd. 10:50 - 12:05 - Nederlands-Indië en Nederland De Indische Nederlanders hadden een land, en dat was dus Nederlands-Indië, maar Indonesië is hun land niet. Dus het probleem met de Indische Nederlanders is dat zij afstammen of komen uit iets wat een land was, namelijk Nederlands-Indië, maar dat ze dus nu kwijt zijn, dat ze verloren hebben. Maar dit is de tragiek van de Indische gemeenschappen in Nederland. En dat wordt heel mooi verwoord door Wieteke van Dordt in haar lied, van dat we Indië hebben meegenomen naar Nederland, en Indië tussen Maastricht en Groningen, en tussen de zee en de Duitse grens. En dat is gewoon waar. De Indische cultuur leeft door in Nederland, maar is bepaald niet de Indonesische cultuur. Daar zitten grote verschillen tussen, wat veel mensen zich niet realiseren. Ik ben iemand die zegt, ik heb twee... Ik heb een vaderland en een moederland. Het vaderland is Nederland. Mijn vader was tenslotte volbloed-Nederlander. En ik heb een moederland, wat nu Indonesië heet... en vroeger dus Nederlands-Indië heette. En dat moederland is nu dus Indonesië geworden. En het is nog steeds mijn moederland.