Interview Ernest Hillen
Ernest Hillen (1934) beschrijft zijn jeugd op een thee-onderneming boven Bandung als een idyllisch leven vol vrijheid, zwempartijen en avonturen in de jungle met zijn broer Jerry. Deze vrede werd langzaam verstoord door de dreiging van de Japanse inval. De oorlog begon voor Ernest met de sombere stilte van volwassenen rond de radio en eindigde in de rauwe realiteit van de internering. Eerst werd zijn vader afgevoerd, daarna volgden Ernest, zijn moeder en zijn broer naar het "Bloemenkamp" en later Tjihapit. In de kampen leerde Ernest overleven door de ogen van zijn moeder, die hem instrueerde de Japanners nooit in de ogen te kijken en altijd te buigen. Hij getuigt van de enorme veerkracht van de vrouwen, die ondanks zware dwangarbeid en uithongering de discipline en moraal hoog hielden. Een dieptepunt was het vertrek van zijn broer Jerry naar een jongenskamp, een moment waarop Jerry in één nacht volwassen leek te worden. Ernest herinnert zich de wreedheid van kampcommandant Tanaka en de verstikkende onverschilligheid van de bewakers. Honger werd een constante gezel; Ernest vertelt hoe hij varkensvoer stal, wat leidde tot de tragische dood van zijn vriendje Hupie door vergiftiging. De oorlog veranderde zijn blik letterlijk: hij leerde naar de grond te kijken, zoekend naar restjes eten, een gewoonte die hij zijn hele leven behield. Dit interview werd afgenomen als onderdeel van het project "Het Jaar 2602" over de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in de periode 1942-1945.