Ga direct naar de content

Nasi bungkus: symbool van vrijheid

Door Bregtje Knaap, 13 augustus 2026Nasi bungkus is niet zomaar een Indonesisch gerecht: voor de voormalig krijgsgevangenen en burgergeïnterneerden in Nederlands-Indië vormde het een van de eerste ‘normale’ maaltijden die via voedselnoodhulp van onder meer het Rode Kruis aan hen werd uitgedeeld. Het stond symbool voor het einde van jarenlange ontberingen in de kampen en voor vrijheid. Zo kreeg dit eenvoudige gerecht een bijzondere historische en emotionele betekenis. Elk jaar op 15 augustus, tijdens de Nationale Indiëherdenking, delen veel Indische Nederlanders daarom een nasi bungkus, thuis of tijdens een van de vele herdenkingsbijeenkomsten door het land.

Toen Japan op capituleerde, bevonden zich in Nederlands-Indië nog naar schatting van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies ruim 42.000 Nederlandse krijgsgevangenen – voornamelijk KNIL-militairen, leden van KNIL-hulpkorpsen en Koninklijke Marine – en naar schatting zo’n 98.000 Nederlandse burgergeïnterneerden in Japanse kampen. Hoewel de Japanse capitulatie formeel het einde van de tweede wereldoorlog in Nederland betekende, waren er nog nauwelijks geallieerde troepen in Nederlands-Indië aanwezig. Daarom bleven de Japanse bezettingsautoriteiten de kampen voorlopig bewaken en besturen totdat de geallieerden het gezag konden overnemen – zo gebeurde het dat de voormalig kampgevangenen op de Japanse kamporganisatie aangewezen waren voor voedselvoorziening, medische verzorging en veiligheid.
Van echte ‘bevrijding’ was dus nog geen sprake, zeker niet toen na het uitroepen van de Indonesische onafhankelijkheid op de chaotische en vooral voor veel Indische Nederlanders levensgevaarlijke Bersiap-periode aanbrak. De vormde een vroege en zeer gewelddadige fase van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Daardoor bleven veel voormalig geïnterneerden nog weken of maanden in het Japanse kamp, omdat dat dat vaak de veiligste plek was.

Noodhulp: RAPWI en Rode Kruis

De noodhulp kwam binnen enkele weken na de capitulatie op gang: het Britse leger kreeg de taak de situatie in de voormalige kampen te inventariseren, ex-geïnterneerden te registreren en op te sporen, van voedsel en medische hulp te voorzien en uiteindelijk te evacueren of repatriëren. Daartoe werd de of Recovery of Allied Prisoners of War and Internees opgericht. Ook het Nederlandse Rode Kruis was binnen een week na de capitulatie vanuit Nederland onderweg naar Java en snel ter plekke met medische teams, voedingsdeskundigen en logistieke ondersteuning. Op Java zelf vormden achtergebleven artsen en burgers rap lokale Rode Kruis-comités in steden als Batavia (Jakarta), Bandung en Surabaya. Hulpverleners troffen in de voormalige interneringskampen chaotische situaties aan. Veel mensen waren door langdurige ondervoeding ernstig verzwakt en dat zorgde voor onverwachte medische problemen.

Eenvoudig eten
Voor de verzwakte lichamen van de duizenden uitgemergelde krijgsgevangenen en burgergeïnterneerden die jarenlang ernstig ondervoed waren geweest, konden ‘normale’ zware of vette maaltijden ronduit gevaarlijk zijn. Artsen waren bang voor wat we tegenwoordig het refeeding syndrome noemen: een levensgevaarlijke ontregeling die kan optreden wanneer ernstig ondervoede mensen ineens veel of zwaar voedsel krijgen. Daarom stelde het Nederlandse Rode Kruis speciale voedingsprogramma’s op en bestond de voedselhulp uit kleine, licht verteerbare porties in de vorm van een nasi bungkus. De term , letterlijk ‘rijst-in-een-pakketje’, verwijst in de eerste plaats niet zozeer naar de maaltijd zelf maar naar de manier waarop die verpakt is: zorgvuldig gevouwen in bananenblad of papier. Het is een traditionele Indonesische wijze van voedsel verpakken. De manier waarop de bungkus gevouwen is kan verschillen, net als de inhoud ervan. In de regel is nasi bungkus een eenvoudige maaltijd die bestaat uit een portie witte rijst met enkele bijgerechten soms vlees. Dat gold zeker in de context van 1945: de bungkus die werd uitgedeeld was nadrukkelijk geen feestmaal maar voedzaam en verantwoord en bestond vaak uit witte rijst met een ei of wat vis, gekookte groenten en een beetje tahu of tempeh – soms met maar vaker juist zónder sambal.

Herdenkingssymbool

In recente jaren is het samen eten van nasi bungkus uitgegroeid tot een herdenkingsritueel tijdens de Nationale Indiëherdenking op 15 augustus, juist omdat deze maaltijd Indische Nederlanders herinnert aan de bevrijding uit de Japanse kampen, het einde van de honger en ontberingen en de veerkracht van de overlevenden. De Stichting Nationale Herdenking omschrijft nasi bungkus als ‘een symbool van de eenvoud van vrijheid en het begin van herstel na jaren van oorlog’. Anno 2026 is het samen delen van een bungkus-maaltijd uitgegroeid tot een traditie om deze geschiedenis te eren en door te geven aan volgende generaties.
Vandaar ook dat er tijdens de Nationale Indiëherdenking bij het Indiëmonument in Den Haag sinds enkele jaren een speciaal ‘Bar Bungkus’ pop-uprestaurant wordt ingericht, waar bezoekers voor en na de ceremonie samen kunnen komen om elkaar te ontmoeten, samen te eten, verhalen te delen en stil te staan bij deze geschiedenis. Daarnaast worden er rond en op 15 augustus op steeds meer plekken door heel Nederland waar herdenkingen plaatsvinden gezamenlijke bungkus-maaltijden georganiseerd.
Een waardevolle traditie die we hopelijk nog lang in ere mogen houden!

Nasi Bungkus in Den Haag

In Indonesië is nasi bungkus, rijst in bananenblad, niets bijzonders. Het is vrijwel overal makkelijk verkrijgbaar en betaalbaar. In Nederland, dat vanwege de koloniale geschiedenis talloze Indische en Indonesische restaurants, eethuizen, warungs en afhaaltoko’s kent, zijn rijstgerechten verpakt in bananenblad eerder uitzondering dan regel. Bij Toko Si Pentje, een kleine afhaaltoko aan de Merkusstraat in Den Haag, is nasi bungkus echter de specialiteit. Mensen komen er van heinde en verre voor naar Bezuidenhout.
De toko wordt gerund door eigenaar Marcel Rene Pallencaoe (Bandung, 1949) beter bekend als ‘Oom Ventje’ en zijn vrouw ‘tante’ Ella Wijnberg (Merauke, 1956). Wie Toko Si Pentje in Den Haag niet kent, kent de nasi bungkus van Ventje wellicht nog van de Pasar Malam Besar (later Tong Tong Fair) op het Haagse Malieveld, de grootste Indische pasar malam van Europa, waar Ventje jarenlang met een eetkraam stond en zijn bungkus en saté kambing uitgroeiden tot een begrip. In 2001 en 2002 ontving hij zelfs de befaamde Zilveren Rijstlepel in de categorieën nasi bungkus en saté kambing, de culinaire onderscheiding die jaarlijks aan de beste eetkramen in de eetwijk werden uitgereikt.

In 2015 werd Toko Si Pentje uitgeroepen tot allerbeste toko van Nederland volgens de Toko Top 50 van Indoweb – daarna stonden de mensen maandenlang rijendik voor de deur. Kortom: niet zomaar een Indische toko, maar een met een lange historie.
De nasi bungkus van Ventje bestaat uit witte rijst, rendang rundvlees, sambal goreng telor, atjar masak en blado tempeh, door Ventje hoogstpersoonlijk gevouwen (hij is de enige die de bungkus vouwt) in bananenblad.
Ventje’s afhaaltoko in Den Haag bewaart een bijzonder stukje Nederlands-Indische geschiedenis, dat nog dagelijks is terug te vinden en te ervaren.