Sneeuw bij de evenaar
Het officiële doel van de wetenschappelijke expeditie is het bereiken van het Sneeuwgebergte (Pegunungan Maoke). Al in 1623 schrijft VOC-zeevaarder Jan Carstenszoon dat hij vanaf zijn schip sneeuw op de bergtoppen ziet liggen. Toch wordt er getwijfeld of er wel echt sneeuw kan liggen zo dicht bij de evenaar. Dit is niet het enige wat het gaat onderzoeken. Men wil zoveel mogelijk kennis opdoen over de mensen, dieren, planten en het gesteente van het gebied. Onder de expeditieleden bevinden zich dan ook een geoloog, een antropoloog en een bioloog. Naast de wetenschappers bestaat het gezelschap uit 65 militairen, 160 Madurese, Keiese en Timorese dragers (“koelies”) en 20 dwangarbeiders (veroordeelde criminelen).
De expeditie van het KNAG is niet alleen voor de wetenschap van belang. Het dient ook een politiek en economisch doel. Westelijk Nieuw-Guinea valt onder de Nederlandse invloedssfeer, maar er zijn vanaf 1898 pas drie bestuursposten gevestigd aan de kust: in Fakfak, Manokwari en Merauke. Er is de angst dat andere Europese landen als Duitsland of Engeland, die al aanwezig zijn op het oostelijk deel van het eiland, eerder zullen doordringen in de binnenlanden. Als Nederland daar daadwerkelijk macht wil uitoefenen, is er meer kennis nodig over het binnenland en de bevolking. Bovendien hoopt men er waardevolle grondstoffen te ontdekken als steenkool, petroleum en goud.




