Ga direct naar de content

Naar de sneeuw in de tropen: de eerste Nieuw-Guinea-expeditie van het KNAG

Door Merel van Bijsterveld / Het Utrechts Archief, 29 januari 2025In december 1903 besluit het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG) een wetenschappelijke expeditie naar het zuidwesten van Nieuw-Guinea te organiseren. De expeditie is de allereerste Nederlandse poging om door te dringen in het binnenland van het eiland. Tot dan zijn alleen delen van de kust verkend en dan nog vooral in het noorden. In het archief van het KNAG, dat wordt beheerd door het Utrechts Archief kunnen we lezen hoe de expeditieleden terugkijken op de reis, wat voor objecten ze meenemen naar Nederland en hoe de kranten over de expeditie schrijven.

Sneeuw bij de evenaar

Het officiële doel van de wetenschappelijke expeditie is het bereiken van het Sneeuwgebergte (Pegunungan Maoke). Al in 1623 schrijft VOC-zeevaarder Jan Carstenszoon dat hij vanaf zijn schip sneeuw op de bergtoppen ziet liggen. Toch wordt er getwijfeld of er wel echt sneeuw kan liggen zo dicht bij de evenaar. Dit is niet het enige wat het gaat onderzoeken. Men wil zoveel mogelijk kennis opdoen over de mensen, dieren, planten en het gesteente van het gebied. Onder de expeditieleden bevinden zich dan ook een geoloog, een antropoloog en een bioloog. Naast de wetenschappers bestaat het gezelschap uit 65 militairen, 160 Madurese, Keiese en Timorese dragers (“koelies”) en 20 dwangarbeiders (veroordeelde criminelen).
De expeditie van het KNAG is niet alleen voor de wetenschap van belang. Het dient ook een politiek en economisch doel. Westelijk Nieuw-Guinea valt onder de Nederlandse invloedssfeer, maar er zijn vanaf 1898 pas drie bestuursposten gevestigd aan de kust: in Fakfak, Manokwari en Merauke. Er is de angst dat andere Europese landen als Duitsland of Engeland, die al aanwezig zijn op het oostelijk deel van het eiland, eerder zullen doordringen in de binnenlanden. Als Nederland daar daadwerkelijk macht wil uitoefenen, is er meer kennis nodig over het binnenland en de bevolking. Bovendien hoopt men er waardevolle grondstoffen te ontdekken als steenkool, petroleum en goud.

Verloop van de expeditie

Op 25 februari 1904 gaat de expeditie van start en een jaar later op 18 februari 1905 is het officieel voorbij. Het doel, het bereiken van het Sneeuwgebergte, wordt niet gehaald. De expeditie ondervindt veel tegenslag. Het landschap is zo onherbergzaam dat de expeditieleden moeilijk vooruitkomen. Slecht weer, vooral aanhoudende regen, en ziekten als beriberi maken het nog lastiger. Onderling is er onenigheid tussen de leden van de expeditie. Bovendien gaan de dragers staken. Ze krijgen weinig of niets betaald voor hun zware werk. Zonder hen komen de expeditieleden niet verder het land in.
Toch is de onderneming niet helemaal zonder resultaat. Er worden veel etnografische objecten verzameld. Daarvan komen de meesten terecht in de collecties van het Wereldmuseum. Het officiële verslag uit 1908 is een indrukwekkende publicatie met veel kaarten en foto's waarin alle stafleden schrijven over hun geologische, medische, biologische, etnografische en antropologische bevindingen.

Foto's van Papua, begin 20e eeuw (Collectie Wereldmuseum)

Contact en conflict

Het contact met de lokale Papua-bevolking blijft beperkt, omdat het bereik van de expeditie relatief klein is. De expeditieleden kunnen het gedrag van de Papua moeilijk duiden. Omgekeerd zullen die weinig begrijpen van de gedragingen van de bezoekers. Wie zijn ze? Waar komen ze vandaan? Wat komen ze doen? De bevolking wordt omschreven als schuw. Ze verschuilen zich als expeditieleden proberen contact te maken. Soms lukt het wel, maar tot op bepaalde hoogte. Niet iedereen wil aan boord komen van het expeditie-schip als ze worden uitgenodigd. Ook willen ze niet zomaar als tolk of drager gaan werken. Tijdens de contacten worden menselijke resten (onder andere schedels), wapens en gebruiksvoorwerpen van de Papua verkregen in ruil voor casuari-schelpen en ijzeren gereedschap.
Soms loopt het contact uit op geweld. Als de Papua op hun prauwen dicht bij de schepen van de expeditie komen, vermoeden de expeditieleden dat ze willen enteren. Ze lossen waarschuwingsschoten vanaf het schip, wat de Papua afschrikt. Het valt op dat de Papua nooit zomaar aanvallen, ook niet als ze gewapend zijn. Ze lijken eerder de kat uit de boom te willen kijken.

Het gedrag van de Papua valt moeilijk te duiden:

"Gedurende het op- en neervaren voor de nederzetting werd van den wal voortdurend gezwaaid met kokers waaruit zich wolken stof ontwikkelden, een soort bezweringshandeling die naar mijn idee niet op goede gezindheid wijst"

E.J. De Rochemont

Foto's van Papua, begin 20e eeuw (Collectie Wereldmuseum)

De expeditie wordt na afloop veelal als een teleurstelling beschouwd. Het Sneeuwgebergte is niet bereikt en er is bijvoorbeeld geen goud ontdekt. Het weerhoudt het genootschap er niet van om later nog twee expedities naar Nieuw-Guinea te ondernemen.
In het archief van het KNAG, dat in beheer is van het Utrechts Archief, vinden we alles over deze en andere expedities terug. In 2023 is het hele archief ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van het KNAG gedigitaliseerd.

Overzichtskaart van de Zuidwest Nieuw-Guinea-Expeditie