Kampung Momoa
Een jaar nadat mijn vader Dolf was overleden, ben ik met mijn moeder naar Makassar gegaan. Ze was nog steeds heel erg verdrietig en wilde graag terug naar haar geboorteland en heel specifiek naar de kampung Momoa. Waarom daar? De betekenis daarvan was me in 1982 nog grotendeels ontgaan. Nu, jaren later, nadat ik zelf een rouwproces heb doorgemaakt, komt het begrip.
Momoa is een kampung 6 à 7 km van Makassar in Zuid-Sulawesi, een kleine gemeenschap van boeren, die leefden van de rijstbouw. Het staat niet op de kaart, maar het ligt tussen Makassar en Sungguminasa. Onze familie op Sulawesi bestaat uit een Makassaars-Buginese en een Indisch-Makassaarse-Buginese tak. De familieverbanden waren hecht. Voor mijn Indische familie was het niet veilig in Makassar. Mijn opa was geïnterneerd in het mannenkamp Parepare en mijn oma stond er alleen voor met een groot gezin van acht kinderen, waarvan de jongste nog een baby was. Het inkomen viel weg. Met de verkoop van zelfgemaakt speelgoed en werk in de fabrieken probeerde het gezin aan inkomsten te komen. Dit was niet voldoende. Hun huis werd daarom eerst verhuurd aan een Chinees en later verkocht. De oudste meisjes, mijn moeder en haar zusje Vera (1925) moesten uit het zicht van de Japanners blijven. De zussen waren al een keer opgepakt en gevangengezet voor werkweigering in een Japanse horecagelegenheid. Gelukkig schoot de Makassaarse familie te hulp en kwamen ze vrij. Mijn oma Minette en haar zus oma Pop gingen met hun families voor de veiligheid bij elkaar wonen, eerst in een kampung in Makassar zelf. Maar door de vele bombardementen zochten ze hun heil buiten Makassar: de kampung Momoa. Omdat hier veel Indonesische familieleden woonden, begreep ik later.



