Het Korps Koloniale Reserve
Van 1890 tot 1951 is het gevestigd in Nijmegen. Het is een belangrijk werfdepot voor het Oost-Indisch Leger, later het (KNIL). Tussen 1814 en 1909 worden de soldaten voor de koloniën nog vooral in het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk geworven. Het werfdepot trekt vooral buitenlandse vrijwilligers aan en vormt een soort vreemdelingenlegioen. Het heeft een slechte reputatie en wordt het ‘gootgat of riool van Europa’ genoemd. In Nijmegen zijn vanaf 1914 alleen Nederlandse vrijwilligers welkom.
Voor het korps zijn afstandsmarsen erg belangrijk. Ze dienen bijvoorbeeld als propagandamiddel. De militairen lopen namelijk in opvallende, exotische uniformen en zijn op verschillende plaatsen zichtbaar voor de bevolking. Bovendien zijn de marsen ook nuttig als voorbereiding op de lange patrouilles in de tropen.


