Vanaf de eerste kapitein
Als de zich in vestigt in Batavia (Jakarta) wonen daar al verschillende etnische groepen. Door een hoofd aan te stellen voor iedere bevolkingsgroep wordt deze verantwoordelijk gesteld voor de rust en orde onder de eigen bevolking. Als eerste hoofd der Chinezen wordt de rijke koopman in datzelfde jaar, op 11 oktober 1619, door benoemd. Zes jaar later, in 1625, krijgt hij de titel van kapitein der Chinezen. Daarmee wordt het instituut der Chinese officieren, een vorm van indirect bestuur, met rangen als luitenant, kapitein en majoor geboren. Ondanks deze militaire rangen hebben Chinese officieren geen enkele bemoeienis met militaire zaken. Chinezen zijn vrijgesteld van militaire diensten zoals voor de schutterij en van corveediensten. Deze regeling is niet alleen bedoeld om de Chinezen verre te houden van wapens, maar hen tegelijkertijd de vrije hand te geven in de handel.
Bij zijn benoeming krijgt So Bing Kong de taken om alle civiele zaken binnen de Chinese gemeenschap af te handelen en de rust en orde daarbinnen te handhaven. Ook wordt hij ingezet voor de belastinginning, van welke opbrengsten hij een deel krijgt. Dit maakt het ambt zeer aantrekkelijk tot het einde van de 19de eeuw. Daarna verliest het veel van zijn aantrekkingskracht onder andere vanwege het wegvallen van de belastinginning via de pacht.


