Ga direct naar de content

Het Instituut van de Chinese Officieren

Door Patricia Tjiook Liem / Chinese Indonesian Heritage Center (CIHC), 30 juli 2025Het instituut van de Chinese officieren is een vorm van indirect bestuur dat in Batavia (Jakarta) wordt ingesteld in de eerste jaren van de VOC. Het eindigt meer dan driehonderd jaar later met de Japanse bezetting in 1942.

Vanaf de eerste kapitein

Als de zich in vestigt in Batavia (Jakarta) wonen daar al verschillende etnische groepen. Door een hoofd aan te stellen voor iedere bevolkingsgroep wordt deze verantwoordelijk gesteld voor de rust en orde onder de eigen bevolking. Als eerste hoofd der Chinezen wordt de rijke koopman in datzelfde jaar, op 11 oktober 1619, door benoemd. Zes jaar later, in 1625, krijgt hij de titel van kapitein der Chinezen. Daarmee wordt het instituut der Chinese officieren, een vorm van indirect bestuur, met rangen als luitenant, kapitein en majoor geboren. Ondanks deze militaire rangen hebben Chinese officieren geen enkele bemoeienis met militaire zaken. Chinezen zijn vrijgesteld van militaire diensten zoals voor de schutterij en van corveediensten. Deze regeling is niet alleen bedoeld om de Chinezen verre te houden van wapens, maar hen tegelijkertijd de vrije hand te geven in de handel.
Bij zijn benoeming krijgt So Bing Kong de taken om alle civiele zaken binnen de Chinese gemeenschap af te handelen en de rust en orde daarbinnen te handhaven. Ook wordt hij ingezet voor de belastinginning, van welke opbrengsten hij een deel krijgt. Dit maakt het ambt zeer aantrekkelijk tot het einde van de 19de eeuw. Daarna verliest het veel van zijn aantrekkingskracht onder andere vanwege het wegvallen van de belastinginning via de pacht.

Oprichting Kong Koan

Door de groei van de Chinese bevolking neemt ook het aantal Chinese officieren toe en wordt in de 18de eeuw overgegaan tot de oprichting in Batavia (Jakarta), de stad met een grote Chinese bevolking, van de eerste Chinese Raad (). Algemeen wordt aangenomen dat de Kong Koan in 1742 na de is ingesteld. De nieuwe organisatie van dit indirecte bestuurssysteem moet leiden tot een sterkere verbinding tussen Chinees bestuur en VOC-bestuur. De wordt voor de VOC een instrument van controle, ook doordat ze in Batavia (Jakarta) meer administratieve taken krijgt op het gebied van de registratie van huwelijken en echtscheidingen, van belastingheffing, het beheer van tempels en begraafplaatsen en nog veel meer. Na de oprichting van de Chinese Raad in Batavia (Jakarta) volgen later in Semarang en Surabaya, de twee andere grote steden van Java, ook Chinese Raden.
In 1837 vindt in Batavia (Jakarta) de benoeming plaats van de eerste majoor der Chinezen, die tegelijk als voorzitter van de Chinese Raad functioneert, In de Chinese Raad hebben naast de voorzitter, tien leden zitting, waaronder twee kapiteins en acht luitenants, en twee secretarissen. Batavia (Jakarta) kent tot 1942 vijf majoors. De eerste is (majoor 1837-1865), de laatste (1910-1919 en 1927-1942).

Majoors der Chinezen in Batavia (Jakarta)

Tan Eng Goan (1837-1865)

Tan Tjoen Tiat (1865-1879)

Lie Tjoe Hong (1879-1896)

Tio Tek Ho (1896-1910)

Khouw Kim An (1910-1919 en 1927-1942)

Naar het einde

Vanaf het einde van de 19de eeuw verliest het instituut van de Chinese officieren voor de Chinese gemeenschap in het algemeen, aan betekenis. De Chinese gemeenschap ziet de Chinese officieren steeds minder als haar leiders. Kritische stemmen laten zich horen over dit systeem van indirect bestuur, dat als een feodaal systeem wordt beschouwd dat niet meer aan de eisen van de tijd beantwoordt. Door de decentralisatie van het overheidsapparaat aan het begin van de 20ste eeuw worden ook vele taken steeds meer overgenomen door koloniale instituties, het ambt wordt steeds meer uitgekleed. De plannen binnen het koloniale bestuur tussen 1918 en 1927 voor reorganisatie van het instituut van de Chinese officieren lopen op niets uit. In 1918 worden vele Chinese officieren ontheven van hun taken of leggen deze neer. In 1927 houdt het instituut van de Chinese officieren de facto op te bestaan met uitzondering van de Chinese Raad in Batavia (Jakarta). Zij ontleent haar bestaansrecht aan haar grote betekenis voor de Chinese inwoners van Batavia (Jakarta). De inval van de Japanners 1942 betekent het einde van de Kong Koan in Batavia (Jakarta).

Gastredacteur Patricia Tjiook-Liem werd geboren in Cirebon. Zij woont sinds 1956 in Nederland. Zij promoveerde op het onderwerp ‘De rechtpositie van de Chinezen in Nederlands-Indië 1948 1942’. Als voorzitter van het Chinese Indonesian Heritage Center (CIHC) Home - Chinese Indonesian Heritage Center wil zij, samen met het CIHC-team, de geschiedenis van deze bevolkingsgroep dichter bij het publiek brengen. Voor dat doel verscheen in 2022 het boek ‘Chinezen uit Indonesië. De geschiedenis van een minderheid’. De Engelse editie verscheen in 2024.