Ga direct naar de content

Herinneringen aan het Ambonezenbosje: Woonoord Carel Coenraad-polder

Door Marjan Brouwers, 20 mei 2025Wie voor het eerst het noordoosten van de provincie Groningen bezoekt, ziet machtige luchten boven schijnbaar eindeloze landerijen die grenzen aan de Dollarddijk. Daar, in de Carel Coenraadpolder bij Finsterwolde, onderbreekt een klein bos het strakke lijnenspel. Waar nu bomen ruisen in de wind, stonden ooit houten barakken en lieten kinderen hun vliegers op. Alleen de naam Ambonezenbosje herinnert nog aan de Molukse bewoners die hier tussen 1953 en 1961 woonden.

Op dienstbevel naar Nederland

Generaties lang dienen Molukse mannen in de : het Koninklijk Nederlands-Indische Leger. Maar als Nederland eind 1949 na de Japanse bezetting en de bloedige dekolonisatieoorlog tegen de Indonesische president de strijd opgeeft, is de toekomst onzeker. Vele Molukkers willen niet dat de Molukse eilanden onderdeel worden van de Republiek Indonesië. Daarom roepen ze op de vrije Republiek Maluku Selatan (RMS) uit. Maar de wordt niet erkend. Niet door Nederland, niet door Indonesië en ook niet door de Verenigde Naties.

Een onmogelijke keuze

In 1950 zijn zo’n vierduizend Molukse KNIL-militairen gelegerd in vijf kazernes op Java. Zij mogen niet terugkeren naar Ambon. Overplaatsing naar Nederlands Nieuw-Guinea is ook niet toegestaan uit angst van Indonesië dat ze zich zullen aansluiten bij de vrijheidsstrijd van de RMS. Dan heft de Nederlandse staat in juli de KNIL op en krijgen de Molukse militairen voorlopig de status van militair in de Nederlandse Koninklijke Landmacht. Die status is tijdelijk: de militairen moeten kiezen tussen aansluiting bij het Indonesische leger of afvloeiing. De eerste optie zien de Molukkers als verraad, de tweede keuze is geen optie, want ze mogen niet terugkeren naar de Molukken.

Tijdelijk naar Nederland

Om de impasse te doorbreken besluit de Nederlandse overheid de oud-KNIL-militairen en hun gezinnen voor zes maanden naar Nederland te halen. Op krijgen de Molukse militairen een dienstbevel. Ze moeten kiezen tussen vrijwillig afvloeien in Indonesië of ‘tijdelijke opzending’ naar Nederland. Weigeren te kiezen betekent ontslag. Afvloeien betekent ook ontslag. In de chaos die ontstaat in deze periode zijn er ook commandanten die zelf de keuze voor de militairen maken: die geven schriftelijk of mondeling het dienstbevel om te vertrekken. En dus bereiden de militairen en hun gezinnen zich voor op het vertrek.


Ontslag op staande voet

Bijzonder schrijnend zijn de verhalen van ouders die besluiten niet al hun kinderen mee te nemen naar Nederland. Bijvoorbeeld omdat de commandant heeft gezegd dat er plaats is voor maximaal twee of drie kinderen. Aangezien het verblijf tijdelijk is, maken ouders zich daar niet druk om. Het is maar voor zes maanden, denken ze. Uiteindelijk is het in veel gevallen een afscheid voor altijd. En dat is niet alles. De Nederlandse regering besluit ook om alle Molukse soldaten op staande voet te ontslaan onmiddellijk na hun aankomst in Nederland. Erger kan de regering deze mannen niet krenken. De frustratie die ze voelen gaat nooit meer weg en heeft ook grote invloed op volgende generaties.

Woonoord Carel Coenraadpolder

Na aankomst in Nederland vanaf worden de Molukkers ondergebracht in zogenaamde woonoorden, verspreid over het hele land op vaak zeer afgelegen plekken. Eén daarvan is het woonoord in de Carel Coenraadpolder in de gemeente Oldambt. Hier staan barakken waar slikwerkers, NSB’ers en gedetineerden hebben gebivakkeerd. In 1953 stelt de overheid deze plek beschikbaar als woonoord voor Molukkers.

Zwaar leven, warme herinneringen

Hoewel de kinderen die opgroeien in de CC-polder warme herinneringen bewaren aan het woonoord, is het leven van hun ouders zwaar. Zo dichtbij de Dollard is het altijd koud en winderig. De barakken zijn krap en tochtig. Van privacy is geen sprake. Toch bouwen de bewoners een hechte gemeenschap op met een school voor de jongste kinderen en een eigen kerk. De contacten met de omgeving zijn goed. De oudere kinderen gaan er naar school, de vaders werken op het land van de boeren en er bloeien liefdes op tussen de Molukse en de Groningse jongeren. Er wordt getrouwd en gerouwd in het woonoord en er komen kinderen die de Molukken alleen kennen uit verhalen. Er is ook verdriet. Over de situatie in Nederland, het gemis van de Molukken, over gestorven kinderen die in Finsterwolde liggen begraven.

De uitzetting

En dan besluit de Nederlandse overheid in 1959 om de woonoorden op te heffen. Het verblijf in de tochtige, aftandse barakken is op de lange termijn niet verantwoord. De meeste bewoners kiezen ervoor om naar Appingedam te verhuizen, waar ze gaan wonen in speciale Molukse straten. Dat geldt niet voor iedereen. Een kleine groep houdt de overheid aan de belofte dat ze mogen terugkeren naar een eigen vrije staat op de Molukken. Maar Nederland heeft geen enkele invloed op wat er in Indonesië gebeurt en die vrije Molukse staat komt er niet. Vlak voor kerst 1961 grijpt de overheid in. Gewapende politieagenten drijven de laatste inwoners en hun kinderen samen in de kerk, terwijl verhuizers hun spullen weghalen. Die middag vertrekken ze onder dwang naar hun nieuwe huizen in Foxhol. Een traumatische gebeurtenis die ze nooit zullen vergeten. Kort na de uitzetting worden de barakken gesloopt en worden de bomen van het Ambonezenbosje aangeplant.

Tussen de Dijken. Herinneringen aan het Ambonezenbosje

In hun boek Tussen de Dijken. Herinneringen aan het Ambonezenbosje (Uitgeverij Passage, Groningen, 2022) delen Molukse oud-bewoners van woonoord Carel Coenraadpolder hun herinneringen met schilder Maike van der Kooij en auteur Marjan Brouwers. Dankzij hun persoonlijke verhalen en familiefoto’s komt de geschiedenis van dit woonoord tot leven in woord en beeld. Het boek is verkrijgbaar in de boekhandel en bij de uitgeverij: https://www.uitgeverijpassage.nl/product/tussen-de-dijken/