Cianjur
Kort na haar huwelijk nam ze samen met haar schoonzus naailessen, leerde patroon tekenen en alle kneepjes van het vak naaien. Ze maakte kleren voor zichzelf, later voor mij en mijn zusje. Op verzoek maakte ze ook feestelijke kabaja’s voor notabele Indonesische dames. Mijn vader had als oudste zoon na de plotselinge dood van zijn vader de leiding over het familiebedrijf moeten overnemen. Behalve de winkel in kruidenierswaren, ijzerwaren en bouwmaterialen beheerde hij opslagruimtes en pakhuizen waar producten bewaard werden uit ondernemingen rond , zoals thee en rijst. Mijn ouders woonden achter de zaak.
In juni 1946, in de onrustige periode van de Indonesische revolutie, besloten mijn ouders Cianjur te verlaten. Er waren problemen gekomen toen de overbuurman, iemand van de (het Indonesische leger) mijn vader ging afpersen en eiste dat onze familie voor de algemene veiligheid Chinese buren bij ons in huis zouden nemen. Er kwamen wel 64 mensen bij ons in huis. Daarna werd geprobeerd ons huis in brand te steken. Toegang tot ons huis lukte niet door het dappere optreden van mijn moeder, die klein als ze was met haar 1 meter 50, ons opdroeg de deur dicht te houden en voor niemand te openen. De volgende ochtend vroeg de overbuurman aan mijn vader om die middag op zijn kantoor te komen met een lijst met de namen van alle personen die in ons huis verbleven. Dat en de groeiende onenigheid binnen de familie over het voortbestaan van het bedrijf, waren de druppels, die mijn ouders deden besluiten een nieuwe start te maken buiten Cianjur.


