Ga direct naar de content

De reis van een naaimachine van Cianjur naar Middelstum

Door Els van Hoorn-Gouw, 12 augustus 2025Toen mijn ouders in 1935 in Cianjur, West-Java, trouwden, kreeg mijn moeder van haar ouders een voor die tijd heel moderne elektrische naaimachine van het merk General Electric. Deze naaimachine zou mijn moeder haar hele leven vergezellen.

Cianjur

Kort na haar huwelijk nam ze samen met haar schoonzus naailessen, leerde patroon tekenen en alle kneepjes van het vak naaien. Ze maakte kleren voor zichzelf, later voor mij en mijn zusje. Op verzoek maakte ze ook feestelijke kabaja’s voor notabele Indonesische dames. Mijn vader had als oudste zoon na de plotselinge dood van zijn vader de leiding over het familiebedrijf moeten overnemen. Behalve de winkel in kruidenierswaren, ijzerwaren en bouwmaterialen beheerde hij opslagruimtes en pakhuizen waar producten bewaard werden uit ondernemingen rond , zoals thee en rijst. Mijn ouders woonden achter de zaak.

In juni 1946, in de onrustige periode van de Indonesische revolutie, besloten mijn ouders Cianjur te verlaten. Er waren problemen gekomen toen de overbuurman, iemand van de (het Indonesische leger) mijn vader ging afpersen en eiste dat onze familie voor de algemene veiligheid Chinese buren bij ons in huis zouden nemen. Er kwamen wel 64 mensen bij ons in huis. Daarna werd geprobeerd ons huis in brand te steken. Toegang tot ons huis lukte niet door het dappere optreden van mijn moeder, die klein als ze was met haar 1 meter 50, ons opdroeg de deur dicht te houden en voor niemand te openen. De volgende ochtend vroeg de overbuurman aan mijn vader om die middag op zijn kantoor te komen met een lijst met de namen van alle personen die in ons huis verbleven. Dat en de groeiende onenigheid binnen de familie over het voortbestaan van het bedrijf, waren de druppels, die mijn ouders deden besluiten een nieuwe start te maken buiten Cianjur.

Naar Jakarta

Het plan was dat mijn vader als eerste Cianjur zou verlaten, zogenaamd op weg naar zijn tante. Wij, mijn moeder, zusje en ik, volgden later, quasi wandelend naar een kennis. We namen alleen een tasje mee. De koffers èn de naaimachine (voor mijn moeder heel belangrijk) stonden wel klaar, maar mijn ouders moesten nog bedenken hoe deze konden worden opgehaald. Buiten Cianjur werden we nog aangehouden door een groep ‘ploppers’, Indonesische vrijheidsstrijders, die gewapend met messen in een greppel zaten. Ze lieten ons door. Uiteindelijk kwamen we bij een militair kamp, waar we onverwachts hulp kregen. De Nederlandse militairen in dat kamp konden vanwege een tekort aan manschappen niet verder oprukken. Zij waren buiten de stad in een voormalige rijstpellerij gelegerd. Niet alleen kregen wij voor een paar dagen onderdak in een barak in afwachting van een konvooi dat ons naar Jakarta kon meenemen. Ze besloten ook met een jeep onze koffers en de naaimachine op te halen toen ze hoorden dat wij een radio hadden. Die radio was voor hen belangrijk, die hadden ze waarschijnlijk nodig. Van de gewelddadigheden van de hebben wij weinig meegemaakt. We hoorden wel wat schoten en allerlei verhalen.

Jakarta

In Jakarta werden we opgevangen door een nicht, familie van mijn vader. Mijn ouders wilden graag naar Nederland. Maar eerst moesten we aan een aantal voorwaarden voldoen. Er moest huisvesting zijn in Nederland èn een financiële buffer zodat we niet voor steun hoefden aan te kloppen bij de Nederlandse regering. Ook was er geld nodig voor de tickets voor de bootreis. Bij dat zoeken naar voldoende geld hielp de naaimachine. Mijn vader had inmiddels werk gevonden bij de PTT. Tijdens zijn lunchpauze zocht hij naar kledingcoupons op de markt. Er was een groot tekort aan textiel. Deze lapjes verkocht hij aan zijn vrouwelijke collega’s op kantoor. Mijn moeder naaide daar dan kleren van op haar naaimachine, die als een van de weinige dingen uit Cianjur was meegekomen. Mijn nicht, bij wie we in huis waren en ik, als 10-jarige dochter, werkten het naaiwerk verder af. Kinderarbeid of niet, ik deed dat gewoon. De naaimachine zorgde in die tijd voor de broodnodige inkomsten.

Naar Nederland

Eind maart 1947 gingen we aan boord van de m.s. en een maand later meerden we aan in de haven van Amsterdam. Nadat andere families naar hun bestemming waren gebracht, waren wij aan de beurt om in Utrecht te worden afgezet. Wij werden opgevangen door de familie Kloprogge, de ouders van een van de militairen die ons in Cianjur hadden geholpen. Door het gezin, met een tienerdochter en -zoon nog in huis, werden we hartelijk ontvangen. We sliepen in een kamer in het souterrain, we leefden bij de familie in de woonkamer en aten de Hollandse pot met hen mee. Na twee maanden verhuisden we naar Amsterdam. Daar had mijn vader werk gevonden als ober in het Chinese restaurant ‘Peking’. De naaimachine werd door mijn moeder weer in gebruik genomen. Ze maakte nieuwe creaties voor ons en zo nu en dan ook voor anderen. Ze leerde mijn zus en mij erop naaien en later ook de derde generatie, de twee kleindochters.

In 2020 stierf mijn moeder op 100-jarige leeftijd. Lange tijd stond de General Electric in de bijbehorende koffer werkeloos in onze berging. Ik kon de naaimachine, die mijn moeder en ons zovele jaren trouwe diensten had bewezen, niet zomaar als oud ijzer op de schroothoop gooien. Die verdiende een betere plek. Die plek vond ik in het Naaimachinemuseum ‘Naald en Draad’ in Middelstum. Daar was onze General Electric welkom. Onze trouwe naaimachine staat daar nu als enige elektrische naaimachine, te midden van vele andere hand- en trapmachines.

Dit verhaal en andere verhalen over Chinees-Indonesisch erfgoed zijn te lezen op de website van het Chinese Indonesian Heritage Center Foto met verhaal - Chinese Indonesian Heritage Center