Chadidjah liet ten aanzien van haar cipiers van Indonesische afkomst geen gras groeien over haar motto van eenheid, hard werk, en het goede proberen te doen welke de redenen waren waarom zij gevangen zat. Chadidajah was uniek vanwege haar kritische houding ten opzichte van de privileges van de elite. Haar deelname aan de TRI leidde ertoe dat ze kritiek uitte op verschillende vormen van overheersing, waaronder de feodale en racistische koloniale ideologie. De mogelijkheid ongelijkheid te claimen ontstond met de Revolutie;
“Ik zei, ik ben gearresteerd en word hier vastgehouden omdat ik voor jullie heb gevochten, ik heb het eigenlijk niet nodig, ik ging naar school met Nederlandse kinderen, speelde, at [met hen] en ga zo maar door, maar jullie staan ver onder hen, als wij niet vechten voor onafhankelijkheid, dan zullen jullie kinderen en kleinkinderen zo blijven leven (de zogenaamde 'onderklasse kinderen'), maar als ons land onafhankelijk is, [en] niet langer gekoloniseerd [is], zullen mijn en jullie kinderen hetzelfde onderwijs en kansen krijgen, in feite voor alle Indonesische mensen.’
In de gevangenis werd Ibu Chadidjah 5 maanden lang iedere dag ondervraagd door Inspecteur de Haan waar haar afkomst niet onopgemerkt was gebleven;
“Waar heb je de kaart van de stad Medan vandaan, met de verdedigingsnotities van de KL, KNIL en Poh An Tui? [Inspecteur] De Haan liet me een stuk papier zien, dat ik aannam en las. Het bevatte de namen van Hj. Agus Salim, Amhar, Soetan Sjahrir, Meneer Mahadi en Amir Hamzah. Inspecteur De Haan vroeg: "Dit zijn uw ooms, toch?"
Door haar welgestelde afkomst werd aan Ibu Chadidjah werd de mogelijkheid aangeboden om in Nederlands te studeren in ruil voor informatie, een veelvuldig beproefde methode om medewerking aan de zo benodigde informatie van Indonesische gevangenen te kunnen verkrijgen. Maar Ibu Chadidjah weigerde pertinent om met de Nederlanders mee te werken en zich te compromitteren;
“Ik antwoordde: het hebben een eigen vlag, de rood-wit-blauwe vlag zal gestreken worden, [en] ingeruild [worden] voor rood-wit... na 350 jaar kolonisatie... landbouwproducten of wat dan ook zullen niet naar Nederland worden gebracht, om het IJsselmeer mee te dempen.”