Het leven in leprozerie Huta Salem
Op 5 september 1900 wordt de leprozerie Huta Salem opgericht door zendelingen van het Rijnlands Zendingsgenootschap (Rheinische Mission). De leprozerie ligt ten zuiden van het Tobameer in het district Laguboti. Ook zendelingen van het Nederlandsche Zendingsgenootschap gaan er aan het werk. Al snel groeit het aantal inwoners. In 1908 wordt de 200ste patiënt opgenomen. Huta Salem ontwikkelt zich tot een echt dorp met onder andere een eigen kerk. Het genezen van lepra is in die tijd nog niet mogelijk zodat de nadruk ligt op het creëren van zo prettig mogelijke levensomstandigheden voor de patiënten. Ze slapen in gedeelde kamers, maar mogen wel een huisje op het erf inrichten waar ze zich overdag in kunnen terugtrekken.
De zendelingen hechten veel waarde aan wat zij ‘arbeidstherapie’ noemen. Ze vinden het belangrijk dat de inwoners van de leprozerie zoveel mogelijk zelfvoorzienend zijn. Het idee is dat men niet het gevoel krijgt compleet afhankelijk te zijn van anderen, maar juist kunnen bijdragen aan hun omgeving. Ze bereiden bijvoorbeeld hun eigen maaltijden. Later komt er in Huta Salem ook een werkplaats voor meubelmakers en een naaimachine. Op deze manier maken de inwoners hun eigen kleding, huisraad en kleine gebouwen.
Er is ook ruimte voor ontspanning in de leprozerie. Zo is er bijvoorbeeld een Bataks orkest aanwezig en is er gelegenheid voor sport en spel.



