Poncke Princen
Poncke Princen was een Indonesische mensenrechtenactivist van Nederlandse afkomst. Als dienstplichtige deserteerde hij in 1948 in Indonesië om bij de Tentara Nasional Indonesia (TNI, Indonesische republikeinse troepen) dienst te nemen.
Geboren
Jan wil missionaris worden en gaat naar het kleinsemenarie te Weert.
Hij maakt zijn priesteropleiding niet af.

In 1943 wordt Jan gearresteerd door de Duitsers in de buurt van Maastricht bij een poging via Spanje naar het Verenigd Koninkrijk te vluchten om dienst te nemen bij de geallieerde troepen.
Hij wordt veroordeeld wegens het bevoordelen van de vijand (Feindbegünstigung).
Jan wordt geïnterneerd in kamp Vught en op D-Day naar de Kriegswehrmachtgefängnis in Utrecht.
Hij citeert voor zijn medegevangenen hele stukken tekst uit de streekroman Pastoor Poncke van Jan Eekhout. Hierdoor komt hij aan zijn bijnaam. Na Utrecht komt hij in kamp Amersfoort terecht en vandaar in Beckum. Hij blijf tot de bevrijding gevangen.

In maart 1946 wordt Poncke opgeroepen als dienstplichtige voor uitzending naar Indonesië.
Hij vlucht naar Frankrijk maar als hij hoort dat zijn moeder ernstig ziek is, keert hij terug. Hij wordt gearresteerd door de marechaussee en via het Depot Nazending Indië in Schoonhoven alsnog uitgezonden.

Poncke wordt onder politiebegeleiding aan boord gebracht van het schip de MS Sloterdijk dat hem naar Indonesië zal brengen.
Aan boord maakt hij kennis met de communist Piet van Staveren en andere gewetensbezwaarden die de Nederlandse militaire acties afkeuren.

Poncke wordt vanwege zijn poging in 1946 om de dienstplicht te ontduiken tot 12 maanden gevangenisstraf veroordeeld waarvan vier maanden onvoorwaardelijk.
Na zijn straf treedt hij in actieve dienst.
Na enige Nederlandse militaire acties besluit Poncke te deserteren.
Hij komt niet terug van verlof en steekt de demarcatielijn over naar de Indonesische kant. Hij sluit zich aan bij de TNI, het Indonesische leger.
Begin augustus 1949 voeren Nederlandse troepen onder aanvoering van J.
H.C.Ulricieen overval uit op de schuilplaats van Poncke Princen. Hij weet op het nippertje te ontkomen, maar zijn vrouw Odah wordt bij de actie gedood.
Vanwege zijn kritiek op de steeds autocratisch wordende Soekarno wordt Poncke in 1957 gevangen gezet.
In 1958 wordt hij vrijgelaten, maar tussen 1962 en 1966 zit hij weer in de gevangenis. Ook onder president Suharto zit hij meerdere keren in detentie.

Princen richt samen met de jurist Yap Thiam Hien het Indonesisch instituut voor de verdediging van mensenrechten op: Lembaga Pembela Hak-Hak Azasi Manusia (LPHAM)
Poncke publiceert zijn autobiografie “Een kwestie van kiezen” Veel veteranen vinden het onvergeeflijk dat hij indertijd de wapens tegen zijn eigen landgenoten heeft opgenomen

Poncke zet zich in voor de onafhankelijkheid van Oost-Timor.
Hij raakt bevriend met de Timorese vrijheidsstrijder en latere president Xanana Gusmão en geeft in 1991 een aantal gevluchte Timorezen onderdak in zijn huis.

Poncke wordt door minister Hans van Mierlo op humanitaire gronden een visum verleend.
Een strafklacht tegen Princen door de Vereniging Oud Militairen Indiëgangers wordt door Justitie niet in behandeling genomen.

Poncke sterft na een beroerte en wordt begraven op het kerkhof van Pondok Kelapa in Oost-Jakarta
Overleden
Mis je informatie over een persoon?
Bekijk ook de collecties die je op locatie bij instellingen kunt inzien. Kun je niets vinden? Probeer later nog eens op onsland.nl, Er komen steeds nieuwe collecties online.
Heb je zelf een foto?
Ontbreekt een portretfoto, of kan je ons helpen met een betere afbeelding van Poncke Princen, dan kan je deze hier toevoegen.


