Akkoord Rum-Van Roijen
7 mei 1949 - Jakarta Pusat
Het Akkoord van Rum-Van Roijen was een politieke overeenkomst tussen Nederland en de Republik Indonesia. Op 5 januari 1949 beëindigden Nederlandse troepen het tweede grote militaire offensief, Operatie Kraai. Dit gebeurde onder grote internationale druk, die werd verhoogd doordat de Verenigde Staten de Marshallhulp dreigden te blokkeren. Deze financiële ondersteuning, deels gift en deels lening, was essentieel voor de wederopbouw van Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Onder leiding van diplomaat Herman van Roijen hervatte de Nederlandse regering op 23 maart 1949 de onderhandelingen met de Republiek. Van Roijen en de Indonesische diplomaat Mohammed Rum sloten op 7 mei 1949 een overeenkomst. Het akkoord had als belangrijkste onderdelen een staakt-het-vuren, de terugkeer van de gevangengenomen Republikeinse leiders, de teruggave van Yogyakarta, en een Ronde Tafel Conferentie ter voorbereiding op de onvoorwaardelijke overdracht van de soevereiniteit. De definitieve wapenstilstand werd op 10 augustus voor Java en op 14 augustus 1949 voor Sumatra afgekondigd. De terugtrekking van Nederlandse troepen uit Yogyakarta vond plaats op 22 juni. Enkele weken later, op 6 juli, keerden Soekarno en Mohammad Hatta terug naar Yogyakarta. Dit was voor veel Nederlanders moeilijk te verteren en droeg bij aan het ontstaan van een dolkstootlegende: veel Nederlandse militairen voelden zich verraden omdat zij zich militair niet verslagen voelden, maar wel gehoor moesten geven aan een staakt-het-vuren. Op 27 december 1949 droeg Nederland de soevereiniteit formeel over aan Indonesië.

