Ga direct naar de content

Schoolplaat 122. Lampongsche Bruiloft.

Haarlem, omstreeks 1912

Een schoolplaat met een zwart-wit foto in een wit kader "122. Lampongsche Bruiloft. Dubbelhuwelijk bij de Aboeng in de Lampoengsche Districten.". Linksonder: "Kleynenberg & Co, Haarlem.” Een bruiloft ceremonie. In twee open tenten zitten twee bruidsparen voor de ceremoniële plechtigheid met om hen heen belangstellenden. In een van de bomen hangen allerlei atributen. Bij de schoolplaten hebben een aantal hoogleraren en deskundigen uit die tijd toelichtende teksten geschreven. De toelichtende tekst bij deze afbeelding is van Prof. dr. A.W. Nieuwenhuis: "Plaat 122 geeft ons aanleiding in aanvulling van hetgeen bij plaat 29 reeds vermeld werd, het een en ander over huwelijksplechtigheden en bijzondere opvattingen bij huwelijkssluiting in Indië te verhalen. Uit hetgeen op deze plaat bij de hier zittende bruidsparen is tentoongesteld, blijkt wel, dat daar het sluiten van een huwelijk met talrijke feestelijkheden gepaard kan gaan. Daarnaast komt veel voor, wat ook bij ons gewoonte is. Zoo treedt men in 't algemeen in het huwelijk, wanneer de jonge man en het meisje lichamelijk daarvoor geschikt geworden zijn; in Indië met 16 en 14 jaar ongeveer, elders soms ook later. Daar, waar familiebelangen zulks wenschelijk maken, wordt een paar ook wel reeds als kind met elkaar voorloopig getrouwd, om te voorkomen, dat de betrokkenen later hun eigen wenschen te zeer zullen doen gelden, want in Indië hebben de wenschen der huwenden veel invloed. De bijzondere opvattingen omtrent bloedverwantschap hebben wij bij plaat 23 geschetst. Verschil in rang en stand speelt ook eene groote rol, waarbij vrijen en onvrijen, d.w.z. pandelingen en slaven, tegenover elkaar staan. Onder de eersten ontstond bij vele stammen als Javanen, Bataks, Maleiers van Soematra en in de Minahassa enz. een soort van aristocratie uit de door fortuin en aanzien bevoorrechte geslachten, aan het hoofd van welke de vorsten staan. In het algemeen wordt gelijkheid in stand bij de huwelijkscandidaten gewenscht, soms vereischt. Toch maakt persoonlijke voorkeur der gelieven daarop nog wel eens inbreuk. Daar alleen bij enkele volken als de Menangkabauers en Makassaren en Boegineezen de meisjes als in vele andere Mohammedaansche landen zoo afgezonderd gehouden worden, dat zij haar man eerst op haar huwelijksdag leeren kennen, zoo krijgen de meeste jonge vrouwen elders bij feesten en in het dagelijksch leven ruimschoots gelegenheid, haar keuze uit de jonge mannen te doen. Bij de nog oorspronkelijke stammen is het onderling verkeer van jongelieden voor het huwelijk zeer vrij, in tegenstelling met de daarna geeischte huwelijkstrouw. Bepalen wij ons nu tot het regelmatig gesloten huwelijk, waarnaast van de vormen van schaking als meer of minder wettig middel, om een huwelijk te sluiten, nog heel wat te vertellen zou zijn, dan dient allereerst opgemerkt te worden, dat men in Indië naar het hooger of lager beschavingsstandpunt in een stam of algemeen op uiterst eenvoudige wijze trouwt of wel als, onder de hoogere rangen dagen lang durende feesten viert. Van sommige volken onder de Papoea's en anderen wordt zelfs gezegd, dat geen andere gebruiken dan het gaan samenwonen en het vermelden van hun plan een paar te vormen opgemerkt werden. Zeker evenwel is, dat zoowel bij de lage als bij de hoogere vormen van huwelijk een onderdeel bijna overal wordt aangetroffen, namelijk het gezamenlijk iets nuttigen, hetzij dit bestaat in iets eten, dan wel in drinken, ook wel rooken. Dit, plechtig verricht onder een toepasselijke toespraak van een oud, mannelijk familielid, maakt de kern uit van een huwelijk. Waar onder Mohammedanen het van dezen vereischt huwelijkscontract gesloten moet worden, gebeurt dit voor of na daarnevens. Bijna nergens wordt de oorspronkelijke gewoonte geheel verdrongen. Het gaat natuurlijk niet aan, hier eenige der met groote feesten gepaarde huwelijken van Makassaren, Boegineezen, Javanen, Menangkabauers enz. te beschrijven; beter lijkt het mij, naar aanleiding dezer plaat, het een en ander van dat der Lampongers te vermelden. Dit voert ons te gelijkertijd tot het hoogst eigenaardig maatschappelijke verschijnsel aldaar, hoe zich onder de meer welgestelden en hoofden dezer stammen de menschelijke ijdelheid op opmerkelijke wijze heeft doen gelden en aanleiding heeft gegeven tot de wording van vijf rangen of standen. Hunne leden hebben bij feesten en andere bijzondere gebeurtenissen het recht op zeer in het oog vallende voorrechten als huldebetoon van lager staanden, eigenaardige kleeding, gebruik maken van hoogheidsteekens enz., alles verschillend naar den stand. Evenals op Java wordt ook hier aan dat alles streng de hand gehouden, maar hier kan men zich voor geld en daarvoor ingestelde feesten tot een hoogeren stand doen bevorderen. Om een denkbeeld dezer voorrechten te geven, volgen hier eenige van deze, toekomende aan den hoogsten stand: 1. het plaatsnemen bij beraadslagingen in het raadhuis op een houten zetel, bestaande uit een zitting en rugstuk, het laatste ruim zes voet hoog en gewoonlijk fraai besneden; 2. het voeren van een wit zonnescherm, gewoonlijk van zijde vervaardigd, van lange, afhangende franje voorzien (zie plaat); 3. het dragen van een lap wit katoen, door de mannen bij feesten om hun broek geslagen, tot op de voeten afhangende en van achteren een sleep vormende; de vrouwen iets dergelijks; 4. het dragen van een kris links en rechts (zie den linker bruidegom op de plaat); 5. het gebruik van een ruwen, met wit doek bedekten wagen of wel een draagstoel met een overkapping van wit goed, waarin de vrouwen zich naar feesten laten brengen; (zie de plaat geheel links, waar de draagboomen en een deel van het dak nog te zien zijn); 6. het maken van een gebouwtje, van een koepelvormig dak voorzien, waarin bruid en bruidegom (zie plaat) of andere feestgevende personen plaats mogen nemen; 7. eene eerepoort, dikwijls van mooi snijwerk, voorzien, die voor het huis van den rechthebbende wordt opgericht; 8. een witte doek, die de ongehuwde vrouwen over de schouders mogen dragen (zie het meest linksche bruidsmeisje) 9. het maken van een achtkantigen mast met 20 armen, waaraan bij feesten met wit goed opgemaakte mandjes met rijst, zakdoeken, andere doeken en voorwerpen gehangen worden, die de jeugd er na afloop der feestelijkheden afhaalt (zie links op den achtergrond). Zoo bestaan er voor den hoogsten stand tot 21 toe, die alle aan de andere niet of gewijzigd, bijv. in geel in plaats van in wit, toekomen. Het spreekt vanzelf, dat op de onderdanen van zulk een bevoorrecht hoofd een deel van zijn luister afstraalt; ook kan men zich alleen tegen vergoeding onder de hoede van een hoogere in rang stellen. Verschillende geldelijke voordeelen vallen dezen in den loop van tijd toe, maar niet in verhouding tot de oorspronkelijke kosten. Met boeten wordt dit stelsel gehandhaafd. Een meer tastbaar voordeel is wel, dat zij voor hunne dochters een hooger koopsom mogen eischen dan lager geplaatsten de, Lampongers zijn namelijk streng patriarchaal georganiseerd. De moeilijkheid, om zulk een hoogen bruidschat te betalen, heeft te veel ten gevolge gehad, dat de mannen eerst op lateren leeftijd konden huwen, wat ook voor den linker bruidegom op deze plaat schijnt te gelden. In de hierboven beschreven hoogsten stand bedraagt de bruidschat bijv. ƒ 2400.- benevens de hooge feestkosten. Wanneer er overigens geene beletselen tegen het huwelijk bestaan, speelt de onderhandeling omtrent deze som en hoe die betaald zal worden (dikwijls in goederen, die veel te hoog aangeslagen worden) bij de besprekingen met den eerst naar de ouders van het meisje gezonden afgevaardigde een groote rol. Zulk een zendeling leidt de huwelijksonderhandelingen bijna overal in; het meest gaan die uit van de familie van den jongen man, slechts zelden van die eener jonge vrouw. Beslissen de nabestaanden van het meisje na eenigen tijd gunstig, dan wordt hun de bruidschat uitbetaald en begint de veelal korte verlovingstijd. Deze kan niet meer verbroken worden zonder dat de schuldige zware boete aan den andere betaalt. Met behulp van wicheltabellen worden nu gunstige dagen voor het huwelijk vastgesteld en in den stam zelf en wordt aan vrienden en bekenden van de dan volgende feesten kennis gegeven. Deze duren onder de voorname hoofden eenige dagen en nachten, waarbij het dansen van de jonge meisjes en mannen afzonderlijk, het elkaar toezingen van rijmdichten, het in plechtigen optocht met de hoogheidsteekenen, waarop men recht heeft, afleggen van bezoek bij de bruid door den bruidegom, alles afgewisseld met maaltijden, een menigte menschen vroolijk onderhoudt. Op den dag van het huwelijk zelf is alles in fraaie kleeding en worden bruid en bruidegom onder kanongebulder en gejuich der gasten naar de tent gebracht, zooals er hier twee zijn afgebeeld. Bij het binnengaan moeten zij op een karbouwenkop treden, die ook hier zichtbaar en afkomstig is van een der dieren, die bij de gastmalen hebben dienst gedaan. Zoowel bruid als bruidegom zijn op hun huid van vaste teekens, daarop met geel meel aangebracht, voorzien (zie de bruidegoms op linkerarm en borst). In de tent plaatst de bruidegom zich rechts van de bruid met zijn knie wat op de hare, als teeken harer onderwerping. Dan heeft de gewichtigste plechtigheid plaats, het samen eten, waarvoor eene oude vrouw hun rijst, eieren en karbouwenvleesch toereikt en eene maagd een koek. Als ook de andere aanwezigen zich aan een maaltijd hebben te goed gedaan, worden de gehuwden door hen gelukgewenscht en hunne nieuw aangenomen namen bekend gemaakt. Zulk een naamsverandering naar aanleiding van gewichtige gebeurtenissen in het leven komt in Indië overal voor; oorspronkelijk geschiedde dit om de booze geesten omtrent de betrokken personen op een dwaalspoor te brengen. Dan voert de man zijne vrouw naar zijne woning en ontdoet haar daar eerst van alle gouden en zilveren sieraden, die een getrouwde vrouw niet meer draagt, o.a. van het borstsieraad van drie schilden boven elkaar (zie de linker bruid), dat aan een vrouwelijke, ongetrouwde bloedverwante van den man toevalt. Zulke in alle onderdeelen doorgevoerde feesten komen slechts bij de rijken voor; veel meer huwelijken worden heel wat eenvoudiger gesloten. Uit deze beschrijving kan de plaat zonder meer verklaard worden; wellicht moet echter nog op de sierkussens in de bruidstenten gewezen worden, die als overal in Indië ook hier in grooten getale en in fraaien vorm worden gebruikt. Uit enkele bijzonderheden blijkt, dat het linker paar wat aanzienlijker is dan het rechter (de looper en de drie kleine kussens links)."

Type
schoolplaat
Onderdeel van
Oorlog, vrede en recht, Kolonialisme
Identificatie
200523
Trefwoorden
  • schoolplaten
Materiaal
papier
Periode
  • omstreeks 1912
Licentie
Erfgoedcollecties zijn meestal vanuit een Westers en koloniaal perspectief tot stand gekomen.