Lang, smal houten schild, naar buiten bollend en smaller toelopend naar het midden.
Halmaheira, Omstreeks 1980
Lang, smal houten schild, naar buiten bollend en smaller toelopend naar het midden. De voorzijde is zwart gekleurd (door een mengsel van een bepaalde plant en roetaanslag op de kookpot), de achterzijde is ongekleurd, de rand is roodgekleurd met pinangspeeksel (?). Het schild is aan de voorzijde ingelegd met figuren in parelmoer van de nautilusschelp. Onder de motieven o.a. een achttal ogen. De Tobelo naam voor schilden, 'ma dadatoko' betekent 'bescherming' en 'afwering'. Hiermee wordt op bovennatuurlijke bescherming van de voorouders bedoeld; een schild met dergelijke afmetingen lijkt tegen een regen van pijlen nauwelijks bescherming te bieden. Het schild vormt een 'lichaam' en de onderdelen heten 'hoofd' (de bovenkant), 'voeten' (de onderkant), 'aderen' (de lijnen van boven naar beneden), 'ogen' (de ingelegde stukjes parelmoer), 'ruggegraat' (de lijst aan de achterkant) en 'strottehoofd' (de greep). Het aantal 'ogen' correspondeert idealiter met het aantal realen van de 'bruidsprijs' en verwijst naar het aantal mensen dat door de voorouders is gedood. Het schild vormt een onderdeel van de huwelijksgift van de bruidnemers en worden tijdens de hoyla dans gedragen.
- schilden,
- aardewerk
- Omstreeks 1980





