Ga direct naar de content

Interview George Bosch

George Bosch (1935) werd in Malang geboren. Hij komt uit een oud-Indische familie, groeide op op een kapok- en later rubberonderneming, waar hij samen met zijn zus les kreeg van zijn moeder. Zijn jeugd was gevuld met avontuurlijke ervaringen, zoals het zien van een python en een tijger, en met spelen tussen Nederlandse en Indische kinderen, hoewel hij zich nooit volledig bij een groep hoorde. Toen de Japanners Indië binnenvielen, werd zijn vader geïnterneerd en George en zijn gezin werden in verschillende kampen ondergebracht, waaronder Kareës, Kedoengbadak en Kampong Makassar. In deze kampen waren de omstandigheden zwaar: overbevolkte barakken, wandluizen, schaarse voeding en strikte appèls. Zijn moeder vervulde een beschermende rol als blokhoofd, wat zorgde dat hij en zijn zus zich relatief veilig voelden. Overleven vereiste vaak improvisatie, zoals het koken van kikkers of het slim verdelen van voedsel. Na het einde van de oorlog werden zij door het Rode Kruis bevrijd. Zijn vader keerde later uit een Japans krijgsgevangenenkamp terug, en het gezin vestigde zich tijdelijk in een beschermd huis. George vervolgde zijn opleiding in Groningen en later in Nederland. Hij beschouwt zijn houding tijdens de oorlog — veel over zich heen laten komen en niet opvallen — als een beschermingsmechanisme dat hem geholpen heeft om traumatische ervaringen te doorstaan. De gebeurtenissen in de kampen lieten echter blijvende indrukken achter, zoals claustrofobie en een vroeg besef van de ernst van het leven. Dit interview werd afgenomen als onderdeel van het project "Het Jaar 2602" over de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in de periode 1942-1945.

Trefwoorden
  • Bersiap,
  • Ziekten,
  • Atoombom op Hiroshima,
  • Correspondentie,
  • Start internering Nederlandse vrouwen en kinderen,
  • Landbouwondernemingen
Licentie
Erfgoedcollecties zijn meestal vanuit een Westers en koloniaal perspectief tot stand gekomen.