Ga direct naar de content

Interview Herman Bussemaker

Heemstede, 2013

Herman Bussemaker, geboren in 1935 in Surabaya, groeide op in een familie verbonden aan de Nederlands-Indische Spoorwegen. De Japanse bezetting vanaf 1942 veranderde het straatbeeld drastisch, Nederlands mocht niet meer gesproken worden, en Totok-Nederlanders werden in kampen geplaatst. Indische Nederlanders bleven buiten de kampen blijven met een pedaftaran, maar werden streng gecontroleerd door de Kempeitai. Dwangarbeid, razzia’s en straffen waren aan de orde van de dag; het bezit van een radio kon zelfs de dood betekenen. Na de Japanse capitulatie ontstond de Bersiap-periode, waarin jonge Pemuda’s gewelddadig op Indische Nederlanders jaagden. Vrouwen en kinderen werden in beschermingskampen geplaatst met erbarmelijke omstandigheden. Herman benadrukt de dubbele identiteit van Indische Nederlanders: hun vaderland is Nederland, hun moederland was Nederlands-Indië, nu Indonesië. Het verlies van hun oorspronkelijke land en cultuur leeft nog steeds voort in Nederland. Dit interview werd afgenomen als onderdeel van het oral history-project "Buitenkampers. Boekan main, boekan Main! – Een verzwegen geschiedenis van Nederlands-Indië 1942-1949" over de Japanse bezetting van Nederlands-Indië en de periode van dekolonisatie die erop volgde.

Type
interview
Onderdeel van
Oorlog, vrede en recht, WO 2, Zuidoost-Azië
Identificatie
229485
Trefwoorden
  • interviews
Gemaakt op
2013
Licentie
Erfgoedcollecties zijn meestal vanuit een Westers en koloniaal perspectief tot stand gekomen.