Interview Hans Pustelnik
Sumatera, 2013
Interview, afgenomen als onderdeel van het oral history-project "Buitenkampers. Boekan main, boekan Main! – Een verzwegen geschiedenis van Nederlands-Indië 1942-1949" over de Japanse bezetting van Nederlands-Indië en de periode van dekolonisatie die erop volgde. De transcriptie is als volgt: De transcriptie is als volgt: Voorstellen (00:00 - 00:44) Mijn naam is Hans Pustelnik. Ik ben geboren in Lebong Tandai , een plaats op Sumatra. Het is een goudmijn. Ik werd geboren op 8 juni 1936. Voordat de oorlog uitbrak woonden we dus in Lebong Tandai, met mijn moeder en mijn vader. Mijn vader was een Duitser en werkte voor Erdmann-Zielke in de goudmijn van Lebong Tandai. Mijn moeder was de onderwijzeres voor de Duitse kinderen die daar woonden. De goudmijn was dus uitgeleasd aan de Duitsers. Oorlog in Nederland (00:45 – 01:38) Toen de oorlog uitbrak met Nederland, tussen Duitsland en Nederland, werd mijn vader gearresteerd door de Nederlandse politie, omdat hij dus Duitser was. En wij waren dus automatisch Duitser bij geboorte. Want de Nederlandse wet van toen zei, als de moeder of die nou getrouwd met een Pool of met een Duitser of met een Engelsman, volgt automatisch de citizenship van de vader. Mijn moeder zei: weet je wat, we kunnen hier niet langer blijven. Ik zend jullie naar Lembang, Indonesië, naar mijn grootmoeder. Gaan jullie daar maar bij wonen en alsjeblieft geen Duits meer praten. Japanse invasie (01:40 - 03:49) We hadden iets goeds gedaan. Mijn broer en ik hadden iets goeds gedaan voor mijn grootmoeder, ik weet niet meer wat het was, en we kregen ieder 5 cent. En met die 5 cent zijn we naar beneden gelopen, naar een Chinese kampongwinkel en die had het lekkerste krentenbrood. En mijn broer en ik waren op weg terug naar het huis en dat was ongeveer, ik moet zeggen misschien twee kilometer de berg op, toen de oorlog uitbrak. Want we hoorden een behoorlijk geluid en we keken om, en die winkel van die Chinees die vloog in brand en daar kwamen dus bommen links en rechts. En wij schrokken ons natuurlijk wild en gingen naar boven naar het huis toe rennen. En toen waren we ergens in het midden en links en rechts bleven die bommen vallen. En toen wist ik niet meer wat er gebeurde. En ik werd wakker in een sloot, aan de zijkant van de weg. Ik voelde iets zwaars boven mij toen ik dus wakker werd, en die heb ik opzij geduwd en ik wist dus later pas dat er dan iemand dood was. En mijn broer die was een beetje verderop ook. En wij zagen elkaar en mijn broer zag mij. En die begon te huilen…. Want die had helemaal geen shirt meer aan. Toen zijn we dus verder gaan rennen naar huis, maar we konden elkaar niet meer verstaan. Ik geloof dat ik doof was. En we gingen naar het huis toe. Daar was een hek. En ik ben [onverstaanbaar] en daar was geen huis meer. Wel of niet in het kamp (03:53 – 05:10) Tijdens de Japanse bezetting werd de huidskleur van mensen dus door de Japanners bepaald, van als je dus blond was en je had blauwe ogen, dan was je automatisch een vijand of je moest kunnen zeggen of bewijzen dat je het niet was. Bijvoorbeeld een Fransman of een Hollander of een Zweed, die werden allemaal als Hollanders aangezien want die leken op elkaar. Dus die werden meteen dus eigenlijk afgevoerd in de kampen Mijn grootmoeder was een echte Hollandse en die gaf zich uit als een Zwitserse, want ze was vloeiend in het Duits. En wij werden dus beschouwd, mijn broer en ik. Mijn moeder was ergens in Jakarta, Batavia. En wij werden beschouwd als Duitsers, want mijn vader was dus Duitser. Dus wij bleven uit het kamp voor die tijd. Omdat wij dus zogenaamd geen vijanden van de Japanners waren. Ervaring met de Japanners (05:10 - 05:42) Als er een Japanner aankwam, riepen sommige mensen al meteen: kéré! En ik wist dus meteen wat dat betekende. Dus als je langs hem kwam, of hij kwam langs jou, dan moest je je gewoon gaan buigen. Moest je je stram gaan staan en je handen naast elkaar zetten en zo gaan buigen, zo diep mogelijk. En als de man bijvoorbeeld niet gezind was dat je diep genoeg gebogen had, dan als het een kind was, dan kreeg je nog een flinke schop en dan kon je het overdoen. Inkomsten uit ruilhandel (05:46 - 06:56) Als een kind tijdens de Japanse bezetting… Er waren veel kinderen overgelaten aan zichzelf. Dus dat betekent ook dat je voor je eigen eten moet zorgen, dat je meestal voor je eigen eten zorgt, of je nou een mus doodschiet met een katapult of niet. Ik kan me herinneren dat een van de grotere kinderen die daar waren, die was waarschijnlijk ouder dan ik, een mus had doodgeschoten met een katapult. En die wist niet precies wat hij ermee moest doen. Ik zei nou, het enigste dat ik nog kan herinneren, is mijn moeder deed altijd warm water erin, in een kip om die veren er af te trekken. Natuurlijk was er geen warm water. Toen hebben we maar gewoon water gebruikt, ergens van een sloot. En we hebben die veren ervan af zitten plukken. Je wist ook helemaal niet hoe je zo’n mus moest schoonmaken van binnen. Nou, dat was ook niet belangrijk. Je gooit gewoon die hele mus maar op het vuur en als hij dan een beetje aangebrand is, dan kunnen we hem opeten en dat deden we dus. Bevrijding (06:59 - 09:05) Wij werden terug van Lembang verhuisd op een meer veilige plaats, want de Britten waren dus allemaal in Bandung. Iedereen zei dat Bandung veiliger was dan het noorden, want het noorden werd dus een beetje overgenomen door de opstandelingen en de ploppers. En er was geen Indonesisch leger in die tijd. En ja, toen zijn we dus verhuisd en we zijn verhuisd tegenover villa, tegenover het VMW-gebouw op de Roelofsestraat in Bandung. Daar hebben we dus een hele tijd gewoond. En de Engelse soldaten waren er nog en er waren ook nog een paar Britse soldaten over. En Gurkha’s natuurlijk en een andere soort. We kregen altijd iets van die Britse soldaten, chocola of beschuitjes of weet ik veel, andere snoep. En er waren twee Britse soldaten, die hadden mij ook wat gegeven. Die hadden mij toen meegenomen en die hebben mij aangerand. En toen daarna, ja... Toen was er geen hek meer met mij te bezeilen, want ik kon niets meer begrijpen [?]. Zogenaamd was je bevrijd. Bevrijd van wat? Mijn familie heeft daar nooit wat van geweten. Ik kwam thuis en ze hadden een party, want het was dus veilig. En de mensen gingen weer party's houden en dingen houden. En ik kwam terug. En toen vroeg iemand aan mijn moeder, waar is Hans? Ja, Hans heeft een of ander gekke bui. Die zit aldoor in de badkamer. Ik bleef mij wassen. Ik wist niet wat ik moest doen. Bersiap 1 (09:07 - 10:49) Ik kan me goed herinneren, het was middernacht en we werden wakker van hondengeblaf. Mijn moeder was toevallig bij mijn grootmoeder, die tijd ook. En wij werden wakker en toen zei ze, oh dat zijn de honden van mevrouw Belzer. En mevrouw Belzer herinneren wij, mijn broer en ik, ons als een dame die altijd wat jam ging maken en gelei. En wij kregen altijd wat mee om op te eten natuurlijk. En mijn moeder zei, oh dat zijn de honden van Belzer die zo begonnen te blaffen. En na een tijdje, ik weet niet precies hoe lang het duurde, was het dus afgelopen. En die honden gingen echt tekeer. Toen was het afgelopen en toen zijn we weer naar bed gegaan. En de volgende dag... Ik geloof het was zeven uur of zoiets. Mijn broer en ik zijn toen naar mevrouw Belzer gelopen. En daar hebben we mevrouw Belzer gevonden. Maar daar was niks van over. Toen wij dus mevrouw Belzer vonden, zei ik al, daar was niks van overgebleven. Want je kon haar bijna niet herkennen hoe ze eruit zag, want ze is helemaal in elkaar geslagen. En het enigste dat ik kon denken op die tijd: ik krijg nooit meer gelei van die dame. Bersiap 2 (10:51 - 11:27) Op een nacht werden we ook wakker en toen was er een heer, een meneer, die woonde een korte [onverstaanbaar] van de Lembangweg. En die woonde in een two storey home, een tweeverdiepingshuis. En die maakte zijn raam open toen hij het gehoord heeft van het gegil van die mensen. En die werd zo door zijn hoofd geschoten en die was dood. Naar Nederland (11:30 - 14:11) En toen zouden we naar Nederland toe gaan en toen zei de Hollandse ambassade in Jakarta... nee, die twee jongens kunnen niet, want die zijn moffen. Mijn moeder had toen een paar advocaat uit Jakarta, een paar Hollandse advocaat en een Hollandse mevrouw. U kunt uw Nederlanderschap terugkrijgen als u van uw man scheidt. Dan valt u weer terug onder de wet van Nederland. Dat heeft ze ook gedaan. Ik weet niet precies hoe ze dat gedaan heeft. Mijn handtekening vervalst of weet ik veel hoe dat is gebeurd. Ze heeft dus haar Nederlandschap teruggekregen. Maar toen wij dus naar Nederland gingen, terug wilden, of naar Nederland wilden, naar Nederland toe gingen... zeiden ze, nee, je kan niet in Nederland binnenkomen, want je bent een mof. Je bent vijandelijk onderdaan. En is mijn moeder teruggegaan en diezelfde advocaten. En die hebben gezegd, mevrouw, ga nou maar van Bandung naar Jakarta verhuizen. De Willem Ruys gaat pas drie maanden later van hier. En we... We zullen eens kijken wat we kunnen doen. Want wij hebben nu ook kantoren in Amsterdam of in Nederland. Een maand voordat wij dus zouden weggaan, belden die mensen op. En die zeiden tegen mij, mevrouw, kunt u met uw twee zoons even bij ons komen? Want wij hebben nieuws voor u. Toen zijn wij daar naartoe gegaan. Toen zei die advocaat, die zei... Nou, wij hebben goed nieuws. Maar u moet wat doen hier. U moet dingen ondertekenen. Toen zei mijn moeder, wat moet ik doen? Wel, het enige om te doen, moet u nu, op dit ogenblik, onder [onverstaanbaar] van ons, moeten u uw eigen kinderen adopteren. Toen zei ik tegen mijn moeder, ik had altijd geweten dat je me ergens op de vuilnisbelt hebt gevonden. GELACH. En toen hadden we dus ons paspoort gekregen. En toen konden we dus wel naar Nederland toe. En toen kregen we ook een papiertje [onverstaanbaar]. Ik weet niet of dat de AID was of zoiets. En toen stond erop, bij de koningin of weet ik veel wat, stond erop... hebben we besloten dat Hans en Walter Pustelnik... de kinderen van mevrouw Asman en Asman... niet meer als vijandelijk onderdaan zullen worden beschouwd. En toen zei ik dat tegen mijn moeder... Oh, dat is nice. Wat heb ik nou weer gedaan aan die koningin?
- interviews





