Ga direct naar de content

Interview Ed Mol

Ed Mol werd in 1932 geboren in Den Helder en verhuisde als peuter naar Surabaya, waar zijn vader bij de marine werkte. Hij bezocht onder meer de Surabayase Schoolvereniging, waar ook niet-witte kinderen onderwijs kregen. Na de Japanse invasie in 1942 ontsnapte zijn vader uit Tarakan; het gezin belandde in een burgerkamp in Surabaya. Op zijn elfde verjaardag werd Ed met zijn moeder en zusje overgebracht naar Moentilan, waar zij met minimale leefruimte verbleven.<br>In 1944 werd hij naar het jongenskamp Ambarawa gestuurd. De omstandigheden waren extreem: honger, ziekte en dagelijks doden. Ed werkte in de keuken en later als ordonnans, waarbij hij soms voedsel wist te bemachtigen. Na de capitulatie in 1945 volgden chaos en de Bersiap, waarin hij als dertienjarige pillboxen bouwde voor Gurkha’s.<br>In 1946 keerde het gezin berooid terug naar Nederland. De aanpassing was moeilijk en begrip voor kampervaringen ontbrak. Ed hield daar blijvende scepsis tegenover gezag aan over. Hij benadrukt dat de Japanners niet systematisch uitroeiden, maar gevangenen door verwaarlozing lieten verhongeren. Een blijvende herinnering is het Ave Maria, gezongen door een meisje wier moeder zich opofferde om haar te beschermen.<br><br>Dit interview werd afgenomen als onderdeel van het project "Het Jaar 2602" over de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in de periode 1942-1945.<br><br>

Trefwoorden
  • Troostmeisjes,
  • Hilversum,
  • Republikeinse kampen,
  • Bersiap,
  • Ziekten,
  • Correspondentie,
  • NSB,
  • Huisvesting,
  • Start internering Nederlandse vrouwen en kinderen,
  • Birma-Siam spoorweg,
  • Krijgsgevangenen van Japan,
  • Japanners,
  • Japan,
  • Nederland,
  • Surabaya
Licentie
Erfgoedcollecties zijn meestal vanuit een Westers en koloniaal perspectief tot stand gekomen.