Interview Coen Schippers
Coen Schippers (1932) blikt in dit interview terug op zijn jeugd in Nederlands-Indië, die ruw werd onderbroken door de Japanse inval. Hoewel hij als kind aanvankelijk onder de indruk was van de discipline van de Japanse troepen, veranderde dit snel toen zijn vader werd afgevoerd en het gezin in vrouwenkamp Kramat belandde. Coen beschrijft de voortdurende verhuizingen waarbij bezittingen steeds verder moesten worden gereduceerd tot slechts één koffertje. Op elfjarige leeftijd werd Coen gescheiden van zijn moeder en overgebracht naar jongenskampen zoals Grogol en Baros 6. Hij schetst een rauw beeld van het kampleven: sadistische lijfstraffen, nachtelijke martelingen en een constante "battle for survival" tegen de honger. Hij overleefde door kikkers en slakken te eten en clandestien voedsel te drogen. Na de capitulatie volgde de gevaarlijke Bersiap-periode, waarin hij door de Japanners paradoxaal genoeg beschermd moest worden tegen Indonesische nationalisten. Na een indrukwekkende repatriëring per vliegtuig naar Nederland, ervoer hij in Maassluis discriminatie en moeite met aarden. Vanwege zijn achterstand in het onderwijs en de drang naar vrijheid, emigreerde hij uiteindelijk als jonge landbouwer naar Zuid-Rhodesië om daar een nieuw pioniersbestaan op te bouwen. Dit interview werd afgenomen als onderdeel van het project "Het Jaar 2602" over de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in de periode 1942-1945.
- Kempeitai,
- Krijgsgevangenen van Japan,
- Nederland,
- Bersiap,
- Vlaggen,
- Correspondentie,
- Dwangarbeid,
- Start internering Nederlandse vrouwen en kinderen,
- Kamp Kramat,
- Japanners




