Interview Noortje Linn
Noortje Linn schetst in dit interview een indringend beeld van haar jeugd in Bandung, die abrupt eindigde door de Japanse inval in 1942. Hoewel haar vader als arts aanvankelijk buiten de kampen mocht blijven, werd hij in 1944 opgepakt voor het smokkelen van medicijnen. Hierdoor belandde Noortje met haar moeder en broertje in de Bantjeui-gevangenis en later in de kampen Tjihapit en Kampong Makassar. Noortje beschrijft de psychologische impact van de constante verhuizingen binnen de kampen, waarbij bezittingen steeds minder waard werden. In Kampong Makassar, een voormalig werkkamp met barakken van bamboe en palmbladeren (atap), heerste extreme schaarste. Ze herinnert zich hoe kinderen kikkers slachtten voor eten en hoe mensen ziek werden van het eten van varkensvoer (bonkiel). Naast de wreedheid van de Japanse bewakers en de zware straffen, zoals het kaalscheren van vrouwen, waren er momenten van cultureel verzet: cabaret van Corrie Vonk en muziekavonden die de gevangenen even boven de ellende uittilden. Na de bevrijding bleef de situatie gevaarlijk door de gewelddadige Bersiap-periode, waarin Indonesische jongeren jacht maakten op Nederlanders. Uiteindelijk repatrieerde het gezin naar Nederland, waar ze een bizarre tijd beleefden als gasten van koningin Wilhelmina in Paleis Het Loo. Ondanks haar eigen ervaringen benadrukt Noortje dat ze "geboft" heeft omdat haar familie de oorlog overleefde, terwijl veel van haar tijdgenoten alles verloren. Dit interview werd afgenomen als onderdeel van het project "Het Jaar 2602" over de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in de periode 1942-1945.
- concentratiekampen,
- treinen,
- interviews






