Ga direct naar de content

Interview Hank Heijn-Engel

Hank Hein-Engel (1932) schetst in dit interview een bewogen levensverhaal dat begint met een eenzame kindertijd op een internaat, waar ze werd mishandeld. De inval van Japan in 1942 voelde voor haar als een vreemde "bevrijding" van dit internaat. Terwijl haar vader als officier werd afgevoerd naar de Birmaspoorweg, belandde Hank met haar moeder en broertje in diverse kampen, waaronder het zware Bangkinang in de rimboe van Sumatra. Hank overleefde door een enorme dosis veerkracht en humor. Ze herinnert zich de angst voor de grote aardbeving in het kamp, maar ook hoe ze als kind "drolletjes telde" bij de hurk-wc’s om de moed erin te houden. Ze was fysiek sterk en hakte bomen buiten het kamp om extra rijstpunten te verdienen voor haar doodzieke moeder en broertje. Daarbij smokkelde ze vitamineblaadjes en suiker (gula djawa) het kamp in door het onder haar badpak te verstoppen. Na de oorlog werd het gezin in Medan herenigd met hun vader, die de dwangarbeid wonderwel had overleefd. Na een avontuurlijke repatriëring per schip kwam Hank in een ijskoud Nederland terecht, waar ze genoot van het schaatsen en sleeën. Pas vijftig jaar later, bij het lezen van haar moeders dagboeken, kwam het trauma echt los. Hank ziet haar kamptijd inmiddels als een harde maar waardevolle leerschool die haar "ijzersterk" en vergevingsgezind heeft gemaakt. Dit interview werd afgenomen als onderdeel van het project "Het Jaar 2602" over de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in de periode 1942-1945.

Trefwoorden
  • concentratiekampen,
  • treinen,
  • interviews
Licentie
Erfgoedcollecties zijn meestal vanuit een Westers en koloniaal perspectief tot stand gekomen.