Interview Mieke Biessen-Dohmen
Mieke Dohmen (1935) beschrijft hoe haar zorgeloze jeugd bij een goudmijn op Java abrupt eindigde door de Japanse inval. Nadat haar vader was afgevoerd, belandde zij met haar moeder en broertjes in diverse kampen, waaronder Kareës en Makassar. Mieke schetst een scherp contrast tussen kleine geluksmomenten, zoals stiekeme balletlessen en de vertrouwde slag van de meegebrachte pendule, en de rauwe kamprealiteit van honger, dysenterie en publieke vernederingen door kampcommandant Sonei. Op jonge leeftijd moest ze al zwaar werk verrichten in de tuinen, waarbij ze met menselijke mest sjouwde en varkensvoer stal om te overleven. De bevrijding in 1945 bracht geen directe vrede; tijdens de gewelddadige Bersiap-periode werd ze geconfronteerd met afgehakte ledematen in de rivier en een constante angst voor infiltranten. Haar relaas getuigt van de enorme vindingrijkheid van haar moeder en de diepe littekens die de oorlog bij haar achterliet. Dit interview werd afgenomen als onderdeel van het project "Het Jaar 2602" over de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in de periode 1942-1945.
- Jakarta,
- Pemoeda Indonesia,
- Bersiap,
- Dysenterie,
- Begrafenissen,
- Correspondentie,
- Dwangarbeid,
- Start internering Nederlandse vrouwen en kinderen,
- Sukabumi,
- Krijgsgevangenen van Japan,
- Sibajak (schip)


