Ga direct naar de content

Interview Annemarie Hille Ris Lambers

Anne Marie Hille Ris Lambers schetst een indringend beeld van haar kindertijd in Nederlands-Indië, waarin de Japanse bezetting als een langzaam dichtgedraaide kraan de vrijheid en ruimte wegnam. Haar ouders, beiden biologen, probeerden met vindingrijkheid de waardigheid te bewaren. Haar moeder leerde een geit melken voor de nodige voedingsstoffen en bereidde later in het kamp Lampersari maaltijden van zelfgezochte agaatslakken. Ondanks de constante, sluimerende angst herinnert Anne Marie zich ook de momenten van vindingrijkheid, zoals het urenlang kloppen van suiker tot schuim om een schaarse traktatie groter te laten lijken. Na de bevrijding volgde een chaotische tijd waarin voormalige vijanden plots beschermers werden tegen Indonesische nationalisten. Via een hachelijke vlucht naar Australië kwam het gezin uiteindelijk in een koud Nederland terecht. Daar stuitte hun kampverleden vaak op onbegrip en een kille ontvangst, wat Anne Marie vormde tot een volwassene met een diepgewortelde afkeer van agressie en een blijvende onrust bij schaarste. Dit interview werd afgenomen als onderdeel van het project "Het Jaar 2602" over de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in de periode 1942-1945.

Trefwoorden
  • Onderwijsonderwerpen,
  • Ziekten,
  • Vlaggen,
  • Bersiap,
  • Kamp Kramat,
  • Republikeinse kampen,
  • Australië,
  • Nederland
Licentie
Erfgoedcollecties zijn meestal vanuit een Westers en koloniaal perspectief tot stand gekomen.