Ga direct naar de content

Schoolplaat 150. Kina - Aanplant. Java.

Haarlem, omstreeks 1912

Een schoolplaat met een zwart-wit foto in een wit kader "150. Kina - Aanplant. Java." Linksonder: "Kleynenberg & Co, Haarlem.” Een perceel met kinabomen. Mannen en vrouwen zijn aan het werk met het verslepen van de gekapte kinastammen. Bij de schoolplaten hebben een aantal hoogleraren en deskundigen uit die tijd toelichtende teksten geschreven. De toelichtende tekst bij deze afbeelding is van L.A. Bakhuis: "Evenals de kostbare caoutchouc danken wij dit onmisbare medicijn aan de oerwouden van Z.-Amerika. Daar werd omstreeks 1640 de gravin del Chinchon, vrouw van den onderkoning van Peru, genezen van de koortsen waaraan zij geruimen tijd geleden had, en deze genezing was tot stand gebracht door den kinabast. Sedert dien is ook in Europa de geneeskracht van dezen bast bekend geworden en ten slotte zoo zeer gewaardeerd, dat men een uitroeiing der kinaboomen in Z.-Amerika als een ernstige bedreiging voor onze medicijnschat ging beschouwen. Zoo is de drang geboren, om de kinaboomen in cultuur te brengen en evenals bij de caoutchouc waren het ook hier de Hollanders en Engelschen, die erin slaagden kiemkrachtige zaden van deze boomen machtig te worden en daaruit tuinen aan te leggen in hunne koloniën. Is nu de kinacultuur in de Engelsche kolonién gestadig achteruitgegaan, bij ons had het omgekeerde plaats en thans levert Java bijna de geheele wereldproductie, die grootendeels te Amsterdam wordt verhandeld. Evenals bij kapok hebben wij ook hier dus te doen met een bij uitstek nationaal product. De ontwikkeling van de kinacultuur in onze koloniën is voor de menschheid een zegen geworden, want kina en het werkzame bestanddeel daaruit, de kinine, bleken het enig afdoende medicijn tegen een gevreesd ziekte, de malaria, die vroeger in vele streken hare slachtoffers, bij honderd- en duizendtallen telde, en nu, dank zij de kinine, veel minder gevaarlijk is. Zooals reeds gezegd, is het de bast van den kinaboom, dien wij behoeven en de opgave van den kinaplanter is dus, om te zorgen, van een bepaald stuk land een zoo groot mogelijke hoeveelheid kinabast te oogsten. Men moet daarom de boomen kweeken in een daartoe geschikt klimaat, dat op Java alleen in het gebergte gevonden wordt, en wel boven 1000 M. hoogte. Men vindt de kinatuinen dan ook tusschen 1000 en 2000 M. boven zee. Het zaad (dat tegenwoordig zijn gewicht aan goud waard is en meer dan dat) wordt van goede tuinen gekocht en dan in speciale goed verzorgde zaadbedden uitgelegd. Na circa 5 maanden zijn bij eene goede behandeling de plantjes 3 à 4 c.M. hoog en is de tijd gekomen, om deze over te brengen naar de speenbedden, waar zij wat meer ruimte krijgen en langzamerhand wat minder schaduw dan in de zaadbedden. Dikwijls worden de planten nog een tweede maal overgeplant, om ten slotte, wanneer zij voldoende bestand zijn tegen uitwendige invloeden, overgebracht te worden in den vollen grond. Gewoonlijk zijn het berghellingen, waarop geplant moet worden, en dit brengt heel wat werk mede. Daar moeten terrassen worden aangelegd (dikwijIs moet nog eerst het oerbosch worden opgeruimd), en moeten plantgaten worden gemaakt, er moet gewied en bemest worden. Na een bepaalden tijd begint men met den snoei, waarbij alle takken tot circa 2 M. boven den grond worden weggenomen. De strijd tegen dierlijke vijanden wordt ook den kinaplanter niet gespaard, terwijl de kinaboom evenmin als andere cultuurgewassen vrij van ziekten blijft. Het zou ons te ver voeren, om hiervan meer te vertellen. 1) Wij nemen nu aan, dat de boomen volwassen zijn, en bemerken dan een duidelijk verschil in uiterlijk tusschen sommige tuinen. Dat onderscheid wordt veroorzaakt, doordat men op Java verschillende soorten kina kweekt, waarvan er twee de voornaamste zijn, een met een breed zwaar blad (Cinchona succirubra), die een rooden bast oplevert, en een andere met smaller en lichter blad (Cinchona Ledgeriana), die een geelachtigen bast geeft. De eerstgenoemde bast wordt op een bijzondere zorgvuldige manier geoogst en gedroogd. Men tracht dan pijpen te verkrijgen van gelijke lengte en zooveel mogelijk onbeschadigd. Dat komt, omdat de C. succirubra den bast levert, dien de apothekers gebruiken voor de bereiding van verschillende geneesmiddelen (kinatinctuur, kinaextrakt enz.). De waarde van dezen bast wordt ten deele berekend naar het minder of meer fraaie uiterlijk. Anders is het met de C. Ledqeriana, die den zoogenaamden fabrieksbast levert, d.w.z. de grondstof voortbrengt, waaruit de kinine wordt bereid. Deze bast bezit de waardevolle eigenschap van een hoog kininegehalte, terwijl er weinig voor de fabricage storende stoffen is voorkomen. Onze plaat (N°. 150) geeft het oogenblik van den oogst weer; het merkwaardige hierbij is, dat de boomen geheel en al worden opgeofferd. Gewoonlijk toch worden de exemplaren, voor den oogst bestemd, gerooid, waarna van den stam en de takken de bast wordt afgeschild. Maar ook de wortelbast bezit waarde en wordt daarom gewonnen. Bij den fabrieksbast wordt het produkt door kloppen met houten hamers van den stam verwijderd, terwijl de C. Succirubra voorzichtig met platte, gebogen messen wordt geschild, en alles wordt gedaan om mooie, rolronde bastpijpen te verkrijgen (ongeveer als bij pijpkaneel). De verkregen bast wordt gedroogd en verpakt en naar Europa verzonden (voor zoover deze op Java zelf niet noodig is). De beoordeeling van het product na aankomst te Amsterdam kan niet zooals bij andere producten (tabak, koffie, thee enz.) door zien, proeven en ruiken gebeuren; er komt hierbij nog meer kijken. De waarde toch van den kinabast schuilt in het gehalte aan zekere werkzame stoffen, waarvan de kinine wel de voornaamste is. Gewoonlijk wordt dan ook van elke kinazending het kininegehalte bepaald en voor den verkoop bekend gemaakt. Dit is voor fabrieksbast voldoende; bij den rooden kinabast zijn er nog andere factoren die een rol spelen, zooals wij reeds hierboven meededeelden komt ook het uiterlijk bij, de beoordeeling in aanmerking; maar voor de geneesmiddelen, uit dezen bast ereid, zijn nog andere bestanddeelen van belang en wel in de eerste plaats de looistof en de verbindingen van kinine en verwante stoffen met de looistof. Het gehalte aan looistof doet kina zwart kleuren, wanneer het met ijzer in aanraking komt, zoodat voor het afschillen van rooden bast ijzeren messen eigenlijk minder doelmatig zijn. De opkomst van Java's kinacultuur blijkt wel het best uit de volgende cijfers: in 1870 werden te Amsterdam van Java 867 K.G. ter markt gebracht, terwijl in 1911 meer dan 9 millioen K.G. werd verhandeld. Ook in betrekking tot de hoeveelheden, die Z.-Amerika opbracht, zijn deze cijfers van belang, want op het einde der 18e eeuw werd in Engeland circa 300.000 K.G. ingevoerd en in 1870 omstreeks 700.000 K.G. Met de verhooging van de productie en de verbetering der kininefabricage is de prijs van dit kostelijke geneesmiddel aanmerkelijk gedaald; van ƒ 500 per K.G. kort na de ontdekking is de prijs gekomen op circa ƒ 20.- per K.G. en voor minder zuivere praeparaten nog lager, zoodat de prijs thans bij de bestrijding van malaria met kinine geen belemmering meer kan zijn. 1) In de serie ‘Onze Koloniale Landbouw’ (onder redactie van Dr. J. Dekker) is als Dl. III uitgekomen: De kinacultuur door A. Groothoff dat een lezenswaard, populair overzicht bevat van dit onderwerp. Men vergelijke ook: P. van Leersum's verhandeling over Kina in van Gorkom’s Oost-Indische Cultures."

Type
schoolplaat
Onderdeel van
Oorlog, vrede en recht, Kolonialisme
Identificatie
220440
Trefwoorden
  • plantages,
  • schoolplaten
Materiaal
papier
Periode
  • omstreeks 1912
Locatie
Licentie
Erfgoedcollecties zijn meestal vanuit een Westers en koloniaal perspectief tot stand gekomen.