Ga direct naar de content

Schoolplaat 92. Het Ciseleren van koperen Vazen. Java

Haarlem, omstreeks 1912

Een schoolplaat met een zwart-wit foto in een wit kader "92. Het Ciseleren van koperen Vazen. Java” Linksonder: "Kleynenberg & Co, Haarlem.” Vier Javaanse fijnsmeders ciseleren het koperwerk ieder op zijn eigen werkblok. Eén van de mannen drinkt op het moment thee.<br>Bij de schoolplaten hebben een aantal hoogleraren en deskundigen uit die tijd toelichtende teksten geschreven.<br>De toelichtende tekst bij deze afbeelding is van Dr. A.W. Nieuwenhuis: "Plaat 92 leidt ons bij een anderen tak van koperindustrie in, die in later tijd ook hier te lande veel belangstelling wekt, namelijk het ciseleeren van koperen voorwerpen als vazen, potten, dozen enz. Zij worden eerst van geel koper gegoten, aan de oppervlakte door afkrabben, afdraaien enz. glad en blinkend gemaakt en dan vervolgens met bijteltjes en hamer rijk versierd met bloem- en bladfiguren, ook wel met wajangpoppen. Onder de voorwerpen van vroeger tijd zijn er vele, die door de technische vaardigheid en de schoonheid der vormen in hooge mate onze bewondering opwekken. In later tijd ging de afwerking in hoedanigheid sterk achteruit, tot de belangstelling en de kooplust van Europeesche zijde de inlandsche werklieden tot grootere prestatie prikkelden. Deze koperwerkers verplaatsen ons naar Djokjakarta, wat alleen reeds blijkt uit den eigenaardigen vorm van drie der vier hoofddoeken, die de voor Djokja kenmerkende wijze toonen, om een doek om het hoofd te leggen. Met de vormelijkheid der Javaansche maatschappij in de Vorstenlanden komt het overeen, dat zelfs eenvoudige Javanen toch met zorg zulk eene gewoonte navolgen. De man, die de figuren beitelt, heeft blijkbaar gemeend, het wel zonder dat te kunnen stellen. Hij houdt met zijn door schoeisel nooit tot bewegeloosheid gedwongen voeten het te bewerken voorwerp, een vaas, vast. Dat het zitten op den grond op Java gewoonte is, blijkt uit deze werkwijze voldoende. In verband hiermede dient op den voorgrond geplaatst te worden, dat ook bij dit koperciseleeren van een vooraf aanbrengen der versiering op het koper welnig inkomt en de werkman zich tot het aanbrengen der verdeeling in het algemeen bepaalt. De eigenlijke versiering stelt de man zich in de verschillende vakken voor en slaat de omtrekken daarvan met een vaste hand in het harde koperen oppervlak, de een natuurlijk naar aanleg en oefening handiger dan de ander. Het gereedschap munt ook hier door eenvoud uit. In deze blijkbaar in een photographisch atelier gemaakte voorstelling trekt de linksche figuur nog onze aandacht, omdat zij ons een gewonen Javaan in nette kleeding doet zien. Zijn belangrijkste kleedingstuk draagt hij om de benedenste helft van zijn lichaam in den vorm van een gebatikten, langwerpig vierkanten doek. Vooral bij plechtige gelegenheden moet deze in streng aangegeven plooien hangen, voor iederen rang in andere. Het buisje heeft veel Europeesch, maar toch een eigenaardig inlandsch snit. Bij hofplechtigheden dragen de dignitarissen hun bovenlichaam ontbloot. Den hoofddoek bespraken wij reeds; nog rest echter de kris, het wapen in den gordel, dat een naar behooren gekleede Javaan altijd bij zich draagt. Zij is voor hem een voorwerp van groote waardeering en dit wordt bij oude krissen vereering. Zulks berust nog op de animistische voorstellingen van bezielde voorwerpen, welker machtige geest voor den eigenaar en zijn gezin zegenbrengend zijn kan."

Type
schoolplaat
Onderdeel van
Oorlog, vrede en recht, Kolonialisme
Identificatie
220384
Trefwoorden
  • vazen,
  • schoolplaten
Materiaal
papier
Periode
  • omstreeks 1912
Locatie
Licentie
Erfgoedcollecties zijn meestal vanuit een Westers en koloniaal perspectief tot stand gekomen.