Ga direct naar de content

Schoolplaat 79. Nieuw gekapte akkers met Stamwoning der Dajaks. Bórneo

Kalimantan, omstreeks 1912

Een schoolplaat met een zwart-wit foto in een wit kader "79. Nieuw gekapte akkers met Stamwoning der Dajaks. Bórneo.” Linksonder: "Kleynenberg & Co, Haarlem.” In een heuvellandschap een jungle-vrij gemaakt gebied met nog de resten van het kappen. Stokken en boomstronken steken boven het akkergebied uit. Een riviertje met aan de rechter oever lage Dajakshutten stroomt door dit gebied. Bij de schoolplaten hebben een aantal hoogleraren en deskundigen uit die tijd toelichtende teksten geschreven. De toelichtende tekst bij deze afbeelding is van Dr. A.W. Nieuwenhuis: "Plaat 79 geeft ons eene voorstelling van het aanleggen van tijdelijke akkers, eene overoude plantwijze, die nog onder alle meer oorspronkelijke stammen bij hun landbouw in gebruik is. Zij toont ons in 't bijzonder aan, onder welke zware levensomstandigheden die weinig ontwikkelde Inlanders hun bestaan moeten voeren. Wij verplaatsen ons daarvoor naar Midden-Borneo in het bergland, welks bergen en ruggen tot op den top met de voor onzen Archipel zoo kenmerkende regenwouden bedekt zijn. Hier komt het goed uit, op welke wijze de mensch hier werkt. Aan den rechteroever van het kleine riviertje in het midden liggen zijne stamwoningen, die er sedert een tiental jaren gebouwd waren. De achtergrond wordt door een langen bergrug ingenomen, welks steile hellingen nog in den oorspronkelijken toestand van bedekking met wouden verkeeren. Een lagere reeks van heuvels daarvoor bestemden deze Dajaks blijkbaar voor den akkerbouw van dat jaar, want de boomen van het oerbosch, liggen er op en door elkaar, reeds ontdaan van hun takken, die met het omgehakte struikgewas een chaos van licht ontvlambaar materiaal vormen, zoodra de zon dat alles voldoende zal uitgedroogd hebben. Om daartoe te geraken, begint men het bosch in den aanvang van den drogen tijd te kappen, laat het daarna zoo lang mogelijk door de zon blakeren, en steekt het vervolgens van eenige zijden tegelijk aan, waarbij in het gunstigste geval alles behalve de zware stammen en takken verbrandt. Tusschen deze krabbelt men den grond wat gelijk, verbrandt hier en daar nog wat hout of ruimt het op en dan vindt een Dajak, en met hem vele andere volkstammen, dat de akker genoeg voorbereid is. Met puntige stokken stoot men ondiepe gaten in dien met asch bedekten bodem en daarin werpt men eenige rijstkorrels, die al of niet met wat aarde bedekt aan haar lot worden overgelaten. Daar ook de bovenlaag van den boschhumus medeverbrandt, wordt deze bij geringe dikte vernietigd; een groot voordeel is, dat daarbij tevens de vele zaden van onkruid verdwijnen en dus het eerste jaar niet gewied behoeft te worden. Voor het eerst het tweede jaar en dan soms nog het derde jaar. Hoogst eigenaardig is het herstel van het bosch na het verlaten dezer velden; in drogere streken als Java ontstaan dan licht groote gras- en riet-vlakten, vooral als de bevolking deze in den drogen tijd aansteekt, om voor wild en vee nieuwe sappige weiden door de jonge uitloopers te verkrijgen. In het nog oorspronkelijk oerwoudgebied van Midden-Borneo bijv. is het anders; daar herstelt zich het bosch reeds dadelijk. Op die wijze ontstond het een- of tweejarig struikgewas links op den voorgrond; de eenige meters boven den grond afgekapte boomstronken van het vroeger bosch steken er nog boven uit. Rechts op den voorgrond stamt het bosch uit een vroeger landbouwjaar, terwijl zich daarachter bosch uitstrekt, dat eerst 6 à 8 jaar geleden weer uitsloeg en nu reeds boomen van vrij groote hoogte bevat. Aan de lichter groene kleur herkent men echter reeds op een afstand zulk jong bosch tegenover het donker groen van het oorspronkelijk bosch. Uit deze schets volgt reeds, dat voor het gereed maken van zulke velden de landbouwers een zeer grooten arbeid moeten verrichten, heel wat meer dan voor het ploegen en mesten van vaste velden; toch zijn de groeivoorwaarden van de rijst op deze geheel van regen afhankelijke akkers niet gunstig en, daar zij te midden van wildrijke bosschen gelegen zijn, bieden zij aan herten, wilde zwijnen, apen en vogels een veel te gunstige gelegenheid voor het verkrijgen van smakelijk voedsel. Welk een arbeid het zou vereischen, die tijdelijke velden door zware houten hekken tegen een deel dezer boschdieren te beschermen, zooals soms geschiedt, springt in het oog. Al deze ongunstige omstandigheden worden nu nog door zonderlinge verbodsbepalingen en het geloof aan voorteekens bijzonder verergerd; door bijna geheel Indië bestaat de gewoonte, om iedere nieuwe werkzaamheid, bij den rijstbouw bijv., met uitvoerige, kostbare plechtigheden te beginnen; bij vele stammen eischt de adat, met het zoeken naar geschikte stukken bosch, het kappen, branden, zaaien, wieden en oogsten niet te beginnen, voor het hoofd er het sein toe geeft door het ook te doen. Kan dit het niet door ziekte, slechte voorteekens of afwezigheid, dan verliezen allen daardoor veel kostbaren tijd. Ook beginnen zulke werkzaamheden slechts onder gunstige voorteekens. Een gereed veld verlaten sommige Dajaksche stammen, als er zich een ree op vertoont, en zoo zijn er vele meer. Als een door mij zelf beleefd voorbeeld moge dienen, dat eene nederzetting aan den Mahakam op Borneo na een langen tijd van voedselschaarschte eindelijk aan den rijstoogst toegekomen was; ongelukkigerwijze hield hoog water het hoofd, dat den hongersnood ontvlucht was, weken lang beneden tegen. Noch met de oogstplechtigheden, noch met het oogsten zelf kon in dien tijd begonnen worden, terwijl de rijst overrijp werd en afviel. Niet alleen dus dat geringe ontwikkeling bij den landbouw slechte omstandigheden schept, de vrees voor de geesten belet ook nog, dat de menschen van deze zoo goed mogelijk gebruik maken. Dat hier ontwikkeling in christelijken zin zeer bevrijdend werken zou, begrijpt men gemakkelijk; ook het landbouwbedrijf der Europeanen, op Java bijv., zal zulk een verandering ten goede moeten inleiden."

Type
schoolplaat
Onderdeel van
Oorlog, vrede en recht, Kolonialisme
Identificatie
220371
Trefwoorden
  • akkerland,
  • schoolplaten
Materiaal
papier
Periode
  • omstreeks 1912
Licentie
Erfgoedcollecties zijn meestal vanuit een Westers en koloniaal perspectief tot stand gekomen.