Ga direct naar de content

Schoolplaat 49. Staatssteenkolenbedrijf te Sawah Loento (Sumatra's Westkust)

Haarlem, omstreeks 1912

Een schoolplaat met een zwart-wit foto in een wit kader met de titel: "49. Staatssteenkolenbedrijf te Sawah Loento (Sumatra's Westkust)". Linksonder: "Kleynenberg & Co, Haarlem." Een heuvellandschap met zicht op het beneden liggende steenkolenterrein met hoofd- en bijgebouwen, een spoorlijn en goederenwagons. Rondom het bedrijfsterrein staan dorpswoningen. Bij de schoolplaten hebben een aantal hoogleraren en deskundigen uit die tijd toelichtende teksten geschreven. De toelichtende tekst bij deze afbeelding is van Dhr. L.A. Bakhuis: "Mijnbouw. Steenkolen. Plaat 49 Staatssteenkolenbedrijf te Sawa-Loento. Steenkolen worden in den Indischen Archipel op tal van plaatsen aangetroffen, doch slechts in enkele gevallen is de exploitatie daarvan loonend te achten, aangezien groote hoeveelheden kolen uit Australië, Engelsch-Indië en vooral uit Japan worden aangevoerd en de meestal hooge vervoerkosten naar de kust eene conrurrentie daarmede onmogelijk maken. In 1846 werd de eerste kolenontginning door het Gouvernement ondernomen te Riam, 126 K.M. boven Bandjermasin (Borneo), welke evenwel spoedig werd verlaten voor het 24 K.M. stroomafwaarts gelegen Pengaron, alwaar een tunnelmijn „Oranje Nassau" genaamd, werd geopend. Later werd nog een tweede mijn geopend bij Assahan, doch beide ontginningen werden in 1884 gestaakt, aangezien de zelfkosten der kolen zoo hoog werden, dat daarmede geen winst meer kon worden behaald. In Sumatra's Westkust ondernam het Gouvernement, krachtens de wet van 28 December 1891, de ontginning van de door den mijningenieur De Greve ontdekte machtige Ombilinkolenvelden, die daarvoor door een spoorweg met de Emmahaven in verbinding werden gebracht (zie hoofdstuk Spoorwegen). De ontginning geschiedt geheel door tunnelbouw op een tweetal lagen en heeft plaats met Javanen als arbeidskrachten en voorts met toepassing van alle moderne hulpmiddelen der techniek. Deze treft men ook in ruime mate in de Emmahaven aan om de stoomschepen in den kortst mogelijken tijd van kolen te voorzien. De voornaamste leveringen geschieden aan de gouvernementsdiensten, aan de schepen van de Stoomvaartmaatschappijen „Nederland" en „Rotterdamsche Lloyd" en van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, zoomede aan de Naamlooze Vennootschap „Zeehaven en Kolenstation Sabang". De resultaten der ontginning over de jaren 1906 t.m. 1910 blijken uit de volgende cijfers : Jaren Productie (in tonnen) Hoeveelheid Steenkolen (in tonnen) Totale geldelijke opbrengst Winst op de verstrekking en den verkoop der steenkolen Zelfkosten per ton in den spoorwagen aan den mijn Gebezigd voor eigen gebruik Verstrekt aan gouvernements-diensten Aan particulieren verkocht 1906 277097 14462 144681 118266 ƒ 2.700.724 ƒ 36441 ƒ 4.53,5 1907 300999 16125 139425 147305 ƒ 3.040.257 ƒ 178317 ƒ 4.24 1908 314065 19054 120771 166893 ƒ 2.809.356 ƒ 69823 ƒ 4.42 1909 339694 19570 158109 153223 ƒ 3.080.001 ƒ 263621 ƒ 3.86 1910 387522 22649 160402 195552 ƒ 3.842.905 ƒ 378095 ƒ 3.719 Behalve in de residentie Palembang waar door de exploitatiemaatschappij „Lematang" op hare concessie Bahangan eenig bruinkool wordt gewonnen, bepalen de particulieren zich uitsluitend tot ontginning van eenige mijnvelden in de residentie Zuider en Ooster afdeeling van Borneo. De voornaamste ontginning is die van de in 1903 opgerichte „Steenkolenmaatschappij Poeloe Laoet" op het eiland van dien naam aan de Zuidkust van Borneo. De kolen worden daar verkregen uit twee resp. 325 en 200 voet diepe schachten en een tunnel, terwijl een derde schacht die 500 voet diep moet worden, in uitvoering is. Een spoorweg die slechts een lengte van 52 K.M. behoefde te hebben, brengt de steenkolen naar een goede landsteiger in de haven Stagen, die zoowel van de Noord- als van de Zuidzijde bereikbaar is voor schepen van 23 à 24 voet diepgang. Behalve dat vrachtschepen van de „Nederland" en de „Rotterdamsche Lloyd" daar bunkerkolen innemen op hunne reizen van Balikpapan naar Java, worden de Poeloe Laoet-kolen in hoofdzaak naar Honkong, Singapore en Soerabaja verscheept ten behoeve van de „Nord Deutsche Lloyd" en de Madoera Stoomtram. De productie bedroeg resp. in 1906 - 87243, in 1907 - 92804, in 1908 - 99143, in 1909 - 140129 en in 1910 - 133788 ton kolen. De daarop in belangrijkheid volgende ontginning is die van de Oost-Borneo-Maatschappij aan de Mahakam-rivier, die in de jaren 1906 tot en met 1910 respectievelijk 4666, 6000, 7940, 9948 en 11710 ton kolen bedroeg. De overige ontginningen hebben een te onbeduidende productie om er hier nog melding van te maken. De plaat no. 49, die bij dit hoofdstuk behoort, geeft voor zoover mogelijk een overzicht van het emplacement Sawah Loento, waar de Ombilinkolen ontgonnen worden. Op 3 niveaux en door middel van tunnels die in het gebergte gegraven worden, worden de kolen gewonnen en wel in den middelsten rug van het gebergte waar men tegen aan ziet en verder met behulp van een kettingspoor en een tandradbaan (welke tevens dient om personen en allerlei mijnmateriaal naar de mijnen te voeren), gevoerd naar het zeefhuis en de kolenwasscherij (aan de rechterzijde van de plaat op 12 cM. van de rand). Daar worden de kolen gesorteerd en gezuiverd en vervolgens in spoorwagens geladen, waarvan een groot aantal op de plaat zichtbaar is. Het fijne gruis wordt in de onmiddellijk naast het zeefhuis gelegen briketfabriek tot briketten geperst. Het gebouw aan de linkerzijde van de plaat is de electrische centrale, die de electriciteit levert voor het geheele mijnbedrijf; het stoken daarin geschiedt met allerlei afval; vandaar de ontzaggelijke rookmassa die uit den schoorsteen opstijgt. Rechts van de electrische centrale ligt de woning van den controleur van het binnenlandsche bestuur en tusschen deze en het zeefhuis het eindstation Sawah Loento van den Sumatra Staatsspoorweg. De overal tusschen de boomen verscholen huisjes zijn arbeiderswoningen. Natuurlijk heeft men er ook een hospitaal (tegenover het station aan de lage zijde van de vallei), en is aan het bedrijf verbonden een steenbakkerij (het complex gebouwen met schoorsteen ter linkerzijde van de briketfabriek) en een kalkbranderij (geheel links aan den rand van de plaat)."

Type
schoolplaat
Onderdeel van
Oorlog, vrede en recht, Kolonialisme
Identificatie
220341
Trefwoorden
  • kolenmijnen,
  • schoolplaten
Materiaal
papier
Periode
  • omstreeks 1912
Locatie
Licentie
Erfgoedcollecties zijn meestal vanuit een Westers en koloniaal perspectief tot stand gekomen.