Schoolplaat 26. 's Lands plantentuin Buitenzorg (Palmen-afdeling)
Bogor, omstreeks 1912
Een schoolplaat met een zwart-wit foto in een wit kader "26. 's Lands plantentuin Buitenzorg (Palmen-afdeling)" Linksonder: Kleynenberg & Co, Haarlem." Zicht op de aangelegde plantentuin afdeling palmen. Vanaf een (pad)kruizing palmen met hun naambordjes. Bij de schoolplaten hebben een aantal hoogleraren en deskundigen uit die tijd toelichtende teksten geschreven. De toelichtende tekst bij deze afbeelding is van Dr. J. Dekker: "Inleiding op platen 25 tot en met 29. Een kostelijk juweel bezit Nederland daar in het verre Oosten, dat door het werk van eenige zijner beste zonen geworden is tot een brandpunt van wetenschap. 's Lands Plantentuin te Buitenzorg, de eerste botanische tuin in de tropen, is inderdaad een instelling, waarop ons volk trotsch kan zijn. Het zal den 15en April 1917 een eeuw geleden zijn, dat op voorstel van Reinwardt de Regeering besloot tot de oprichting van een botanischen tuin in de nabijheid van het paleis van den gouverneur-generaal, terwijl den 18en Mei 1817 door R. zelf een begin werd gemaakt met den aanleg. Met bijzonderen ijver is toen aan de ontwikkeling van den tuin gewerkt, zoodat kort na Reinwardts benoeming tot professor (in 1822) reeds 912 plantensoorten als in den tuin aanwezig werden vermeld. Doch niet blijvend was die voorspoed en eerst na allerlei lotswisselingen is de instelling tot den huidigen zeer hoogen trap van ontwikkeling gekomen. Een der fraaiste en volledigste afdeelingen van 's Lands Plantentuin is zeker die der palmen (zie Plaat 26). Een rijke afwisseling in vorm en grootte toont reeds de afbeelding maar toch is deze nog slechts een zwakke afspiegeling van de werkelijkheid. Denkt men zich eenerzijds een statig oprijzenden stam van den Cocospalm (klapper) met zijn kroon van wuivende, in de zon glinsterende, gevinde bladen en ander zijds de rotanpalmen, die zich door haken aan de bladuiteinden in het oerbosch opwerken tot de toppen der boomen, terwijl hun buigzame stengels in machtige kronkels op de bodem zakken en dikwijls een lengte van meer dan 100 meter bereiken, dan verkrijgt men een denkbeeld van het verschil in vorm en leefwijze onder de palmen. Hier zal niet getracht worden, een beschrijving te geven van het nut, dat deze vorstelijke planten den mensch leveren, alleen zij erop gewezen hoe de klapper 1) in millioenen exemplaren wordt gekweekt hoofdzakelijk om de olierijke vruchten, hoe de sagopalm aan de bevolking van uitgestrekte gebieden (N. Guinea, Molukken enz.) voedsel levert, en verder dat van den arenpalm suiker en vezels worden verkregen, de pinang de betelnoten (noodig bij het sirih-kauwen) levert, en de rotanpalmen een belangrijk handelsproduct, de rotan. Hiermede is stellig geen volledige lijst der toepassingen gegeven, doch slechts in enkele trekken aangeduid, wat de palmen o. a. leveren. Bovenstaande korte beschrijvingen geven reeds een denkbeeld van hetgeen de tuin te zien geeft, d. i. dus wat de wandelaar in dit kostelijke park opmerken kan. De beteekenis van dezen tuin ligt echter dieper; deze schuilt in den bewonderenswaardigen arbeid, die daar door landgenoot en vreemdeling is verricht. Twee namen vooral zullen hieraan onafscheidelijk verbonden blijven, d. z. die van Teysmann en Treub; Teysmann, die, somtijds de grootste tegenwerking trotseerend, den tuin maakte tot een der eerste der wereld, en Treub, die het door Treubmann verzamelde en voor een goed deel ook beschrevene plantenmateriaal aan een nauwgezette studie onderwierp. Doch Treub heeft meer gedaan: hij zag in, dat deze schat van materiaal niet door enkele menschen te bewerken was, en hij wist geleerden van alle oorden der wereld naar Buitenzorg te doen komen, die daar korter of langer tijd voor hun studies verbleven en niet zelden ware magazijnen van studiemateriaal met zich huiswaarts voerden. De zegenrijke gevolgen van Treub’s streven zijn niet uitgebleven, want Java's flora behoort thans stellig tot de best bestudeerde van de tropische streken. De natuurvorschers vinden te Buitenzorg thans, wat het hart begeert, een overvloed van studiematerialen en een goed laboratorium, terwijl de bergtuin te Tjibodas, op de hellingen van den „Gedeh" aangelegd, als een wetenschappelijke voorpost in het oerwoud beschouwd mag worden. Onder Treub verkreeg de instelling 's Lands Plantentuin eene bijzondere ontwikkeling, het scheen, of hij de geestdrift, die hem bezielde, ook op de Regeering wist over te dragen, Stap voor stap breidde het personeel zich uit, er werden nieuwe laboratoria gebouwd, musea gesticht, de bestaande cultuurtuin onder wetenschappelijk toezicht geplaatst er gebezigd voor cultuurproeven; er verrees een landbouwschool, in een woord, de instelling groeide uit ver boven der omvang van een gewonen botanischen tuin. Ook de beteekenis der instelling was daarmede gewijzigd, en dit was de oorzaak dat de Regeering op Treub’s voorstel den tuin omzette in een landbouw-departement. Toen deze wijziging in 1905 plaats vond, zijn wederom nieuwe werkplaatsen geopend, ten einde ook de zuiver landbouwkundige vraagstukken te kunnen bestudeeren. Zoo werden de eigenschappen van der bodem nagegaan, bemestingsproeven genomen en de verschillende landbouwgewassen tot onderwerp van een gezette studie gemaakt. Voor de belangrijkste cultuurgewassen zijn afzonderlijke stations ingericht, zoo bijv. voor koffie, vezels, caoutchouc, thee en tabak. De geneesmiddelen der inlander worden in een der afdeelingen sedert meer dan twintig jaren op hunne waarde onderzocht; het was de vorige Directeur van het Koloniaal Museum, Dr. M. Greshoff, die met dat onderzoek een aanvang maakte. De nuttige en schadelijke dieren vindt men in een goed ingericht museum vereenigd, terwijl hunne eigenschappen door dierkundigen worden nagegaan en beschreven. Om kort te gaan, in Buitenzorg is een staf van wetenschappelijk geschoolde mannen bezig, de belangrijkste vraagstukken betreffende landbouw en veeteelt te bestudeeren en de uitkomsten daarvan bekend te maken ter voorlichting van de lieden uit de praktijk. En dat is de kostbare kern der instelling, die de oppervlakkige waarnemer niet bespeurt, als hij in de schaduwrijke lanen van den tuin geniet van de koelte en den plantenrijkdom rondom hem, of wanneer hij zich neerzet aan den rand van een der vijvers en zich verlustigt in de kleurenpracht der waterlelies. Ook ziet bij niet den gunstigen invloed, die van Buitenzorg uitgaat op de landbouwende bevolking; hij bemerkt niet, welke cultuurgewassen door 's Lands Plantentuin op Java zijn ingevoerd, die later oorzaak werden van groote welvaart. Onder Teysmann werd bijv. vanilleplant op Java ingevoerd en toen deze geen vruchten voortbracht, was het Teysmann, die de oorzaak daarvan opspoorde en kende, hoe men op eenvoudige wijze de bevruchting tot stand kon brengen. De cocaplant, die in de laatste jaren op vele Europeesche ondernemingen werd geplant en ruime winsten opleverde, is door Buitenzorg ingevoerd; evenzoo de pisangsoort, die een bijzonder sterke touwvezel, de manillahennep, levert. Nog in de laatste jaren valt van een nieuw ingevoerde plantensoort te getuigen, die als een bijzonder geslaagd cultuurgewas mag worden beschouwd, n.l. de Robusta-koffie, waarover later meer zal worden medegedeeld Daarboven was sprake van den „Cultuurtuin". Deze tuin is een afdeeling der instelling, waarin uitsluitend „nuttige" gewassen worden gekweekt en bestudeerd; hij is op een afstand van ongeveer drie kwartier gaans gelegen van den Plantentuin. Daar worden nieuw ingevoerde nuttige gewassen aan de aarde toevertrouwd, hunne leefwijze nagegaan en, zoo het gewenschte gewassen zijn, daarvan plantmateriaal verstrekt aan wie het noodig heeft. In dezen tuin vindt men dus van elke soort niet een of twee exemplaren zooals in den Plantentuin, maar een kleine aanplant. Ook hier is een bezoek zeer belangwekkend; men verwondert zich over het groot aantal soorten koffie, daar aanwezig, geniet van een paradijs-achtig zitje onder hooge oliepalmen, of volgt belangstellend de proeven, genomen betreffende het tappen van caoutchoucboomen. In den vroegen morgen ziet men daar de leerlingen van de landbouwschool bezig met veldarbeid, met het planten van aardnoten, het wieden in een groentebed of het bewerken van den grond voor een nieuwe planting. Achter dezen tuin strekken zich nog vele hectaren uit, die nu door het landbouwdepartement worden gebezigd voor proeven over rijst en voedingsgewassen. Daar tracht men door teeltkeuze of door zorgvuldige schifting van bestaande soorten te geraken tot edeler cultuurgewassen. Midden op dit veld bevindt zich een laboratorium, waar het verkregen product wordt onderzocht en beschreven. Het laat zich begrijpen, dat deze omvangrijke arbeid gevoerd heeft tot een groot aantal geschriften, zoo van wetenschappelijken als practischen aard, en inderdaad vormen de onder Treub’s toezicht verschenen verhandelingen reeds een afzonderlijke boekerij. Hierin zijn ook voor het nageslacht de vruchten bewaard van Treub’s werk en van dat zijner medewerkers, en is het mogelijk geworden ook in het vaderland de ontwikkeling te volgen van deze zeer merkwaardige instelling. 1) Voor uitvoeriger gegevens over den kokospalm raadplege men Bulletin 41 van hot Koloniaal Museum en over Sago: Bulletin 44 (over Sago- en Sagoepalmen), beide verschenen in 1909."
- tuinen,
- schoolplaten
- omstreeks 1912




