Ga direct naar de content

Schoolplaat "20. Christen inlanders in Plechtgewaad. Minahasa. (Noord-Celebes)"

Sulawesi, omstreeks 1912

Een schoolplaat met een zwart-wit foto in een wit kader met de titel: "20. Christen inlanders in Plechtgewaad. Minahasa. (Noord-Celebes)." Linksonder: "Kleynenberg & Co, Haarlem." Poserende dorpsbewoners voor een versierde poort met een Nederlandse vlag. De mannen zijn gekleed in tenue of tropenkostuums. En de vrouwen zijn gekleed in sarong en kabaja. Bij de schoolplaten hebben een aantal hoogleraren en deskundigen uit die tijd toelichtende teksten geschreven. De toelichtende tekst bij deze afbeelding is van Prof. Dr. A.W. Nieuwenhuis: "Plaat 20 geeft voor ons Nederlanders, die als mogendheid met zulk een uitgestrekt, koloniaal rijk geroepen zijn de inlandsche samenleving tot beschaving en welvaart op te heffen, een zeer belangwekkende groep, inlandsche Christenen in de Minahassa op Noord-Celebes, te zien. De verbreiding van het Christendom onder de Archipelstammen heeft hier wel het best getoond, wat zij in dat opzicht voor hen beteekent. Omstreeks de helft der vorige eeuw was het veld van werkzaamheid in die streken voor de zending betrekkelijk gunstig; de bevolking was nog heidensch en haar machtige vijand, de Mohammedaansche godsdienst, ontbrak dus hier in dit gedeelte van Celebes. Toradjastammen hebben er zich gevestigd, maar vermengd met uit de noordelijker gelegen Philippijnen geïmmigreerde stammen, die echter meer in taal dan in zeden en gewoonten van hen schijnen verschild te hebben. Bij den aanvang van het zendingswerk in 1832 waren zij in kleine stammen verdeeld, die door onderlinge, nooit eindigende veeten gescheiden bleven, wat koppensnellen met aanhoudende vrees voor overvallingen met zich bracht; geleid door hun animistisch geloof voerden zij het voor hun geestelijke en stoffelijke welvaart zoo nadeelig bestaan, dat ook tegenwoordig nog onder veel onbeschaafde volken iederen vooruitgang tegenhoudt. Nu daarentegen zijn er onder eene bevolking van een 202000 zielen ongeveer 193500 Christenen, van welke ongeveer 7500 den katholieken godsdienst belijden; de overigen zijn protestanten. Naast hen leven nog een 3000 heidenen en een 6000 Mohammedanen, de laatsten vooral in de hoofdplaats Menado. Neemt men hierbij de algemeene welvaart, het groote aantal zendings- en andere scholen en zooveel meer, bijv. het verdwijnen van vreeselijke maatschappelijke kwalen als koppensnellen, menschenoffers, en den voortdurenden onderlingen strijd met de verbeteringen op geneeskundig gebied in aanmerking, dan blijkt, dat de zending hier op zeer belangrijke uitkomsten bogen kan. Welsprekend voor dien algemeenen vooruitgang is ook de betrekkelijke dichtheid der bevolking van dit vulkanisch en ten deele woeste bergland. Het heeft een oppervlakte van 85 □ geographische mijlen en telt alzoo ± 2400 zielen op de □ geogr. mijl. Daarmede behoort de Minahassa tot de best bevolkte der Buitenbezittingen van Indië. Wel nergens elders geniet de Inlander zoo algemeen lager onderwijs, waardoor de zending eerst geheel sedert 1886 naast het gouvernement ten deele, zorgde. Op kweekscholen worden inlandsche hulpleeraars bij het onderwijs daar en voor de zendingscholen elders opgeleid. Een der in het oog vallende veranderingen dezer inlandsche maatschappij is het streven om de kleederdracht der Europeanen na te volgen, in 't bijzonder bij plechtigheden en feesten. Op deze plaat komt dit bijzonder uit. Het geldt hier het feestelijk inhalen van een gewichtige persoonlijkheid in een dorp der binnenlanden; daarvoor is een eerepoort van bamboe, versierd met kleurige bloemen en teergroene bamboebladeren opgericht en een paar ongeschoeide vaandeldragers met de Nederlandsche vlag vormen het midden van de groep, waarvan het vrouwelijk gedeelte op den achtergrond, de mannen aan weerszijden geschaard staan. Niet alleen als Minahassische kleederdracht, ook als die van de Europeesche vrouwen in Indië in den huiselijken kring en bij gemoedelijke feestjes op binnenlandsche plaatsen, boezemt ons die der vrouwen vooral belangstelling in. De kabaja, een jakje met mouwen, en de sarong, een vierkante met twee tegenovergestelde zijden aaneengenaaide en dus kokervormige doek, dienen als bovenkleeding met kousen en muiltjes aan de voeten. Die kleedingstukken worden veelal van wit of met kleuren en figuren versierd katoen of andere lichte stof vervaardigd en de kabaja kan soms, versierd met kanten en kostbare knoopen en spelden, een zeer fraai voorwerp van luxe vormen. De kleeding der mannen is, in 't bijzonder wat het schoeisel betreft, voor Europeesch-Indische toestanden minder kenmerkend; men gaat daar als Europeanen in den regel noch op bloote voeten, noch in hooge rijlaarzen, noch met sjerpen. Overigens gelijkt ook zij veel op die van Europeanen in Indië. Naast de kleeding heeft de huisvesting zich met het toenemen in beschaving sterk veranderd; ook hier waren vroeger de lange stamhuizen voor vele tientallen gezinnen in zwang, maar sedert zijn deze door nette gezinswoningen op erven met vruchtboomen en kleineren landbouw vervangen. 't Is maar goed, dat de hervorming van vele maatschappelijke instellingen, waarop in zoo sterke mate het welzijn van familien en personen berust, wat langzamer plaats vindt. Zoo verkeert bijv. het bezit van den grond door den stam in zijn geheel en van het vermogen door de familie in uitgebreiden zin nog in een tijdperk van overgang tot dat van de gezinnen op zichzelf. Belangrijke streken met betrekking tot de werkzaamheid der christelijke zending vindt men in de Bataklanden op Soematra, in Oost- en West-Java, Zuid-Borneo, Midden-Celebes, op Flores, Timor, Halmaheira, enz. "

Type
schoolplaat
Onderdeel van
Oorlog, vrede en recht, Kolonialisme
Identificatie
220312
Trefwoorden
  • groepsportretten,
  • schoolplaten
Materiaal
papier
Periode
  • omstreeks 1912
Licentie
Erfgoedcollecties zijn meestal vanuit een Westers en koloniaal perspectief tot stand gekomen.