Schoolplaat 11. Kratermeer op de Idjen (Oost-Java)
Haarlem, omstreeks 1912
Een schoolplaat met een zwart-wit foto in een wit kader "11. De vulkanen van de Tengger (Oost-Java)". Linksonder: "Kleynenberg & Co, Haarlem. " Vanaf de kraterkam een blik op het beneden liggende kratermeer met linksbeneden enkele rookpluimen. Bij de schoolplaten hebben een aantal hoogleraren en deskundigen uit die tijd toelichtende teksten geschreven. De toelichtende tekst bij deze afbeelding is van Prof. J.F. Niermeyer: "Dat is het scherpe kontrast tusschen den grootschen kratercircus van den Tengger en den nog grootscheren van den Idjen, dat in den laatsten alles begroeid is; daar geen grauwe woestijn, maar een bodem bedekt met hoog rietgewas en ten deele met een tropisch oerwoud, waarin een paar koffietuinen zijn aangelegd. Maar ook de Idjen heeft zijn helsch tafereel en dit is afgebeeld op onze plaat 11, mede naar een foto van Kurkdijan genomen. Het is de Kawah ldjen een kratermeer, gelegen in een zijkrater van den Goenoeng Merapi, een der vulkaantoppen die den grooten circus in 't zuiden omgeven. Op ruim 2100 M. hoogte ligt dit ovaalvormig meer, dat bijna een kilometer lang is. Het is ingesloten door geheel kale, steile wanden in lichte, schelle kleuren: wit, rood, rose, grijs. De benedendeelen der meerendeels 2-300 M. hooge muren bestaan meest uit vaste lava, waartegen de verweering kleine puntkegels heeft aangelegd; de bovendeelen bestaan uit horizontale banken en lagen van tuffen. Het water van het meer is groengrijs van kleur, met gele plekken van drijvende zwavel, bestaande uit duizenden holle bolletjes van enkele millimeters doorsnede, met dunne, zeer broze schaal; op den meerbodem zijn waarschijnlijk solfataren aanwezig; de dampvormige zwavel condenseert in het water en omgeeft de overige gassen met een zwavelhuidje. De temperatuur van het water is lauw. Het bevat verschillende zwavelverbindingen in opgelosten staat, vooral zwavelzure aluinaarde en ijzeroxyde; verder ook chloornatrium. In 't zuidoosten verwijdert de wand zich van het meer en daalt tegelijk, zoodat men hier, hoewel met moeite, den oever kan bereiken. Dicht daarbij komen de solfataren te voorschijn; de inlanders noemen de plek Pawon, fornuis. De verbrokkeling der zachte tuffen tot ruggen en peilers met loodrechte wanden is op den voorgrond der plaat te zien. De dampwolk bedekt juist het tegenoverliggende punt van den oever, in 't noordwesten, waar het meer afvloeiing heeft door de beek Banjoepait (bitter water). In den drogen tijd is die afvloeiing alleen ondergronds, het water sijpelt door de zachte lagen heen; in den regentijd loopt het meer over en ontvangt de beek veel meer water. Ze doorstroomt den geheelen kratercircus, doorbreekt den noordelijken wal daarvan in een diepe kloof en stroomt aan Java's noordkust in zee. 1) 1) Een uitvoerige beschrijving van den geheelen Idjenvulkaan vindt men in Tijdschr. Aardr. Gen., 1900, blz. 735 vlg."
- vulkanen,
- schoolplaten
- omstreeks 1912





