Ga direct naar de content

Schoolplaat 1. Het noorderstrand van Java, nabij Lasem

Jawa, omstreeks 1912

Een schoolplaat met een zwart-wit foto in een wit kader "1. Het noorderstrand van Java, nabij Lasem" met linksonder: "Kleynenberg & Co., Haarlem". De foto is genomen van een dorp aan een baai, omzoomd door tropische vegetatie. De dorpswoningen hebben puntdaken. In de baai enkele uitgezette visnetten. Bij de schoolplaten hebben een aantal hoogleraren en deskundigen uit die tijd toelichtende teksten geschreven. De toelichtende tekst bij deze afbeelding is van J.F. Niermeyer: "Er zal later nog gelegenheid zijn te spreken over het karakter en het bijzondere mooi der ongerepte Indische natuur, over het bergwoud en het strandbosch en de rietwildernis. Eerst zal hier iets gezegd worden, in verband met het eerste zestal platen dezer reeks, over het landschap waarin natuur en kultuur beide spreken; waarin de mensch - niet de Europeaan, maar de Maleier - het uiterlijk zijner omgeving, heeft vervormd naar zijn wil en wensch; nooit ter opzettelijke verfraaiing; altijd alleen tot bewoning en tot winning van het dagelijksch brood; maar met de uitkomst dat aldus, ongezocht, bijna steeds een harmonisch geheel geschapen werd. De woning en de bebouwing, dat zijn de werken, waardoor ook elders de mensch het uiterlijk der aarde het meest heeft gewijzigd; soms vermooid, soms ook niet maar nooit zoo bedorven als industrie en mijnbouw plegen te doen, die gelukkig - en vooral in Indië - op kleiner schaal te werk gaan. Veel minder echter dan in onze landen spreekt de woning in het Indische landschap, zelfs in het dichtbevolkte Java, ja daar vooral. Want zeer eenvoudig, te armelijk zelfs, woont meestal de Javaan en zijn hutten gaan schuil onder de vruchtboomen zijner erven en achter de bamboehagen die zijn dorpen te omringen plegen. Uitzonderingen op dien regel toonen onze platen juist daar, waar men inderdaad op Java de meeste huizen ziet: aan het strand en hoog op de bergen. De eerste plaat geeft een gezicht op een Javaansch visschersdorp, de dessa Bonang, even beoosten Lasem, in de residentie Rembang. Tot vlak aan de vloedgrens ligt het dorp en hoewel de klappers, de kokospalmen, dicht bij het zeestrand welig groeien, naderen zij het water toch niet zoo dicht als de huizen der visschers, die hun prauwtjes door smalle, gegraven geulen tot voor hun huisdeur kunnen trekken. Het komt veel voor aan het kalme strand der Javazee, waar de branding ver uit de kust blijft, dat de dorpen en rijstvelden tot vlak aan zee liggen; en ook de groote postweg gaat somtijds dicht langs den oever, zooals hier, waar ze haast onafgebroken door dorpen en klappertuinen begeleid is. De strandbosschen van wortelboomen en nipah, die in zoo groote uitgestrektheid de laagvlakten van Sumatra's Oostkust en van Borneo begeleiden, beslaan op Java's Noordkust slechts in de residentiën Batavia en Cheribon aanzienlijke lengte en breedte. Op de plaat ziet men ze slechts in enkele kleine tongen op het strand uitsteken, misschien de overblijfselen van een voormalig kustwoud. Het licht getinte vlak links op het achterplan zijn de uitgestrekte sawahvakken der bijna horizontale vlakte, waardoor de kleine Kali Bogan, het riviertje van Lasem, naar zee stroomt. De donkere zoom aan den horizon zijn de kampongs, die de hoofdplaats vormen en die ook ten noorden en ten zuiden daarvan de K. Bogan begeleiden. In de kustvlakten liggen de meeste dorpen langs de rivieren, in veelal onafgebroken rijen, niet alleen om het waterverbruik, maar ook omdat de hoogere oeverstrooken, bij de overstroomingen opgeworpen, een meest droge woonplaats verschaffen. De Bogan vormt een kleine delta, met twee monden, waarvan de oostelijke echter niet altijd water trekt, maar dan door eenige zijbeekjes gevoed wordt. Ze komt in zee in het midden van het achterplan der plaat. De westelijke is de hoofdmond, die zich een paar zanddammen in zee heeft uitgebouwd (rechts). Zij was vroeger de middelste; een derde monding, nog meer westwaarts, is thans in een reeks van poelen opgelost. Zoo hebben we hier in 't klein een voorbeeld van het gewoon verschijnsel der delta's: het steeds wisselend aantal hunner monden, zooals ook de Rijndelta dat in zijn natuurstaat gekend heeft. Helder zeewater is blauw van kleur en in de opene tropische zeeën is dit blauw de regel. De Java-zee echter heeft een duidelijk groene kleur, een gevolg naar het schijnt van een hoog slibgehalte en van de aanwezigheid van veel klei en zwevende organismen, het micro-plancton. De rivieren der eilanden van den Archipel zijn zeer slibrijk en in geen der binnenzeeën loopen naar verhouding zooveel groote rivieren uit als in de Java-zee. In deze zee doet zich verder het eigenaardige verschijnsel voor, dat er slechts eenmaal in het etmaal vloed en eenmaal ebbe valt waar te nemen. De oorzaak daarvan schijnt te zijn, dat de getijgolven, die de Java-zee binnendringen, elkaars werking vernietigen, zoodat geen ander verschijnsel overblijft dan de dagelijksche ongelijkheid, die veroorzaakt wordt door de declinatie der maan.1) 1) Plaat 1 zal nog verdere toelichting vinden, waar over den huisbouw en over de vischvangst wordt gehandeld."

Type
schoolplaat
Onderdeel van
Oorlog, vrede en recht, Kolonialisme
Identificatie
218293
Trefwoorden
  • dorpen,
  • kust,
  • palmbomen,
  • schoolplaten
Materiaal
papier
Periode
  • omstreeks 1912
Locatie
Licentie
Erfgoedcollecties zijn meestal vanuit een Westers en koloniaal perspectief tot stand gekomen.