Ga direct naar de content

Glaspositief Wajang voorstelling op Java

Jawa

Zwartwit diapositief met de afbeelding van een wajangvoorstelling op Java. Op een openruimte in de kraton staat in U-vorm opgesteld een gamelangroep. Voor een wit opgehangen scherm zit de poppenspeler met de platte wajangpoppen. Links en rechts staat opgesteld de meespelende poppen. De afbeelding op dit diapositief werd gemaakt voor de publicatie "Indië in Beeld" (1911) en een reeks schoolplaten over Java en Sumatra, uitgegeven in 1912. Beiden waren bedoeld om meer bekendheid te geven aan Nederlands-Indië, 'die mooie, rijke Koloniën, de grootste bron van Neerlands welvaart.' Bij de publicatie en de schoolplaten zijn toelichtende teksten geschreven door een aantal hoogleraren en deskundigen uit die tijd. De toelichtende tekst bij deze afbeelding is van Prof. dr. A.W. Nieuwenhuis: "De wajang of het Javaansche schimmenspel van plaat 117 is in tegenstelling met het vorige wel zoo oorspronkelijk inlandsch als mogelijk. Voor zoover men kan nagaan, heeft men hierbij met een op Java zelf ontstaan schouwspel te doen, niet onwaarschijnlijk ontwikkeld uit de van zooveel tooneelmatigs vergezelde, godsdienstige plechtigheden van het animisme. Het draagt echter sterk het kenmerk van het Hindoetijdvak op Java, dat tot ongeveer 1500 n. Chr. duurde. Dit blijkt reeds dadelijk uit den vorm van de wajang, maar evenzoo uit haar inhoud. Bij de belangrijkste soorten bestaat deze uit geschiedenissen, aan Voor-Indische heldendichten ontleend of wel aan de roemrijkste tijdvakken van het Hindoeïsme op Java. Onder den naam wajang zijn hier namelijk een zevental soorten opvoeringen bekend, waarvan vier met poppen worden gespeeld, een door achtereenvolgens op doek geschilderde tooneelen te vertoonen, een met menschen, die zwijgend en gemaskerd hun rol vervullen en de laatste, die met ons tooneel te vergelijken is, maar in de open lucht op eene willekeurige plaats opgevoerd wordt. Van de vier poppenspelen worden de twee oudste en meest geliefkoosde als schimmenspel vertoond, waarbij zooals op deze plaat de poppen met den vertooner en het muziekkorps zich achter een groot scherm bevinden en de schaduwen der eerste voor het publiek zichtbaar zijn; hierbij worden de bij plaat 93 beschreven poppen gebruikt. Bij de twee andere ziet het publiek de poppen zelf in een opening van het scherm; zij zijn dan van hout gemaakt en meer rond van vorm. De hoofdpersoon bij de opvoering is de dalang, hier met den rug naar ons toe gekeerd; hij heeft het verhaal, waaruit de poppen, door hem ook in beweging gebracht, de tooneelen voorstellen, op te zeggen en daarbij tegelijkertijd de muziek en bij gelegenheid ook de optredende danseressen te leiden. Daar deze wajang dikwijls nachten lang duren, wordt daarbij aan zijn geheugen zeer hooge eischen gesteld. De onderwerpen, hierbij behandeld, hebben altijd betrekking op goden en godinnen, geesten, helden, reuzen enz.; dezen gedragen zich zeer menschelijk en ook de laagste menschelijke eigenschappen en roerselen beheerschen hunne gedragingen. Dat er van dit tooneel, dat zich in een zeer groote belangstelling onder de bevolking verheugt, een beschavenden invloed uitgaat, kan men dus moeilijk beweren. Het muziekkorps, dat ook bij deze voorstelling op den voorgrond plaats heeft genomen, behoort tot het hoogst staande Javaansch orkest, de gamelan. Van deze bestaan drie soorten, die zich onderscheiden naar den toonaard, waarin de instrumenten zijn gestemd. Verder ontmoet men er vele, die min of meer onvolledig optreden; een volledige troep telt een 24 muzikanten. Voor ieder dezer orkesten bestaat een aanzienlijk aantal melodieën, die vooral door den hier in het midden een tweesnarig instrument bespelenden leider worden aangegeven, waarin andere spelers hem steunen of slechts begeleiden. Allen weten dat uit het hoofd te doen. Behalve van dit eene snaarinstrument maken zij daarbij gebruik van reeksen koperen slagbekkens (rechts in het midden en op den achterrond), verder van koperen of houten staven (links en rechts achter) ook van trommen (rechts in het midden). Daar al veelsoortige speeltuigen ten opzichte van elkaar juist gestemd moeten zijn, komen bij hunne vervaardiging groote nauwlettendheid en kunde als noodzakelijke vereischten op den voorgrond. Vinden wij dus bij de wajang weinig overeenkomst met ons tooneel, dit is ook zoo met de gelegenheden, waarbij de wajang op Java opgevoerd wordt. Men zou kunnen zeggen, dat ondanks de bijkomende muziek en de danseressen de wajang voor de Javanen een deel van hun eeredienst vormt, daar zij een onafscheidelijk onderdeel van allerlei met godsdienstige gebruiken gepaard gaande, huiselijke en openbare feesten uitmaakt en ook bij ziekten, bij de landbouwoffers enz. wordt opgevoerd. Zooals reeds vroeger (blz. 37 Dl. I is opgemerkt, onderscheidt zich de Javaansche maatschappij door uiterst nauwkeurige bepalingen voor alles, wat aan belangrijks daar plaats grijpt. Ten opzichte van de noodzakelijke wajangvoorstellingen is zulks ook het geval; geen godsdienstig feest, offer of bezwering zou dan ook zijn goede werking kunnen hebben, wanneer niet de bepaalde soort van wajang, het opgevoerde, stuk, de daarbij behoorende gamelan en misschien de danseressen, niet tot in kleinigheden. daaraan beantwoordden. De offers, die de dalang bij de opvoeringen brengt, moeten echter meer als een uitvloeisel van zijn eigen bezieling worden aangezien. Het gebied van de wajang is in den Archipel betrekkelijk eng begrensd; het beperkt zich tot Java zelf; daarbuiten vinden die vertooningen daar slechts plaats, waar bijzonder talrijke nederzettingen van Javaansche emigranten voorkomen. Tot recht begrip dezer plaat diene nog, dat men zich het publiek aan de andere zijde van het scherm in de ontvangstzaal van een inlandsch paleis voor moet stellen; de vertooners zitten hier in de buitenlucht. Het zonlicht zou hier dus, voor het werpen van de schaduw gebezigd worden; veelal hangt daartoe een lamp boven en achter den vertooner, daar hij vooral 's avonds en 's nachts zijne opvoeringen geeft. Voor hem, onderlangs het scherm, ziet men mede den gladden pisangstam, in welks zachte weefsel de puntige handvatsels der poppen vastgezet kunnen worden. Uit de twee lange rijen poppen ter weerszijde ziet men, hoevele personages in de wajangverhalen kunnen optreden."

Type
glaspositief
Onderdeel van
Oorlog, vrede en recht, Kolonialisme
Identificatie
D001063
Trefwoorden
  • gamelans,
  • diapositieven
Materiaal
glas
Locatie
Licentie
Erfgoedcollecties zijn meestal vanuit een Westers en koloniaal perspectief tot stand gekomen.