Ga direct naar de content

Glaspositief Chineesche Kamp, Batavia

Jakarta

Zwart-wit diapositief met de afbeelding van een boot met B.C.L. No. 5K14 in zwarte letters op een dwarsbalk en op een zwartbordje B, N-685 en zicht op het watergebied lopend door een Chinese wijk. Een blik op de achterkant van de huizen en enkele sampans. De afbeelding op dit diapositief werd gemaakt voor de publicatie "Indië in Beeld" (1911) en een reeks schoolplaten over Java en Sumatra, uitgegeven in 1912. Beiden waren bedoeld om meer bekendheid te geven aan Nederlands-Indië, 'die mooie, rijke Koloniën, de grootste bron van Neerlands welvaart.' Bij de publicatie en de schoolplaten zijn toelichtende teksten geschreven door een aantal hoogleraren en deskundigen uit die tijd.' De toelichtende tekst bij deze afbeelding is van J.F. Niermeyer: "Stadsgezichten. Batavia Platen 51 tot en met 53: Plaat 51 Noordwijk. Weltevreden. Plaat 52 Oud-Batavia. In de Chineesche Kamp. Plaat 53 Nieuw-Batavia. In het Wilhelmina-Park. De Indische Archipel heeft bizonder weinig steden, zelfs het dicht bevolkte Java. Op Java (met Madoera) wonen dertig millioen menschen, op eene oppervlakte van bijna vier maal Nederland. Nederland heeft zes millioen bewoners; was het even dicht bevolkt als Java-Madoera, het zou er zeven en een half millioen hebben, of evenveel als België. Er is geen enkel eiland op de wereld (enkele zeer kleine uitgezonderd), dat een zoo dichte bevolking heeft als Java; en evenmin een enkele staat, behalve België, Saksen en een paar kleine Duitsche staatjes. Alle Europeesche gebieden met zeer dichte bevolking hebben een belangrijke nijverheid of handel; op Java voeden deze betrekkelijk weinig menschen zich en leeft de groote massa bijna geheel van den landbouw: de Javanen zijn nog altijd een boerenvolk. Dit overwegen van den landbouw als middel van bestaan verklaart ook de schaarschte van groote steden. Slechts vier plaatsen, waar het aantal inwoners de 100.000 overschrijdt, - men vindt wel nergens op aarde een tweede landstreek van dezelfde grootte en bevolking, die zoo weinig groote steden heeft. Ook Nederland telt er vier boven 100.000 inwoners. Op Java heeft, op geregelde tijden, een schatting der bevolkingssterkte plaats, maar ze is ver van nauwkeurig. Daarbij komt dat de administratieve grenzen van sommige steden in 't geheel niet samenvallen met de grenzen van het aaneengesloten bewoonde complex, dat met het aardrijkskundig begrip stad overeenkomt (iets dat trouwens ook in Nederland het geval is). Zoo kunnen we slechts bij benadering vaststellen, dat Semarang's bevolking de 100.000 niet ver te boven gaat; terwijl Soerakarta ongeveer 110.000 inwoners heeft, Soerabaja 150.000, Batavia misschien 200.000; dit laatste cijfer is het minst zekere. Buiten Java zijn de meeste streken schraal bevolkt en worden zoo groote steden niet aangetroffen; Palembang is er de grootste, met 60.000 bewoners. De stadsgezichten in deze afdeeling bepalen zich tot Java; bij de derde reeks zullen enkele uit de Buitenbezittingen worden opgenomen. Dezelfde verdeeling wordt daarom in den tekst gevolgd. De drie groote havensteden van Java, Batavia, Semarang en Soerabaja1), vertoonen alle drie nog hoe de Nederlanders in den Compagnie's tijd het zich op Java huiselijk maakten. Ze bouwden er eenvoudig Hollandsche stadjes, met wallen en vestinggrachten omringd, door de noodige grachten doorsneden en langs deze de huizen aaneengebouwd; die huizen in den stijl, geliefd voor vaderlandsche landhuizen, met open voorgalerijen en kolonnades, een bouwtrant die ook in Amerika nog wordt aangetroffen en daar de koloniale stijl heet. Schrikbarend was de sterfte in die stadjes; en zoo begint in het laatst der 18e en het begin der 19e eeuw de uittocht naar ‘boven’, naar de hoogere en drogere gronden ten zuiden. Ook gaat men dan wat meer uit elkaar wonen, plant meer boomen en zoo ontstaat bezuiden de ‘benedenstad’ van straten en grachten een ‘bovenstad’ van lanen. Van de benedensteden is het karakter in Oud-Semarang het best bewaard gebleven. Wel zijn de wallen, als overal, geslecht (in 1825); maar de rechthoek, die daarbinnen lag, is nog weinig veranderd; ze is maar 550 Meters lang en 400 breed, nog niet half zoo groot als Oud-Batavia. Het ziet er minder verwaarloosd uit dan het laatste en is ook nog niet geheel als woonstad door de Europeanen verlaten. In Batavia werden de wallen, en het kasteel, reeds door Daendels afgebroken. Bovendien liet hij, ter verbetering van den gezondheidstoestand, eenige der vervuilde grachten dempen, en dit heeft het karakter zeer gewijzigd. Voor de Europeanen heeft de ‘stad’ of ‘de kota’, zooals het oude buurtje der hoofdstad nog altijd heet, alleen beteekenis doordat met taaie hardnekkigheid eenige bureaux en groote kantoren daar gevestigd blijven: het Residentie-kantoor en de Raad van Justitie; de Javasche Bank, de Nederlandsche Handelmaatschappij, de Escompto-maatschappij, enz. Wat de genoemde regeeringsbureaux betreft, valt dit eer te begrijpen; een regeering verhuist nu eenmaal moeilijk, want zij is zuinig en heeft weinig op ‘stand’ te letten. Maar dat ook de eerste handelsmachten nog altijd haar hoofdkantoor blijven houden in dezen uithoek, zooals men nu de oude stad tegenover geheel Batavia noemen mag, schijnt moeilijker te verklaren. De groote kapitalen, die hier in de gebouwen zijn vastgelegd; de nabijheid der Chineesche kamp, waarmee veel zaken worden gedaan, zijn misschien de voornaamste factoren voor het behoud van dezen toestand. Maar meer en meer gaan de groote handels- en scheepvaartinstellingen bijkantoren inrichten in de bovenstad, en sommige zijn geheel daarheen verhuisd. Behalve die kantorenwijk vindt men thans Oud-Batavia ten deele ingenomen door Chineesche winkels en verder wonen er veel Indo-Europeesche kantoorbedienden. In vroeger dagen werden aan de ‘vreemde Oosterlingen’ afzonderlijke stadswijken aIs woonplaats aangewezen; zoo ontstonden de Chineesche kamp, de Arabische kamp, de Maleische kamp, en daarvan spreekt men nog heden ten dage. Want al geeft de wet thans meer vrijheid van vestiging, gewoonte en voorkeur handhaven de wijkindeeling nog goeddeels. Ook in Europeesche steden zijn nog Jodenwijken, al is het Ghetto er reeds lang opgeheven; en zelfs waar het nooit heeft bestaan, in Amerika, wonen de meeste Israelieten in wijken bijeen; zoo in New-York en in Chicago; ja men vindt daar ook wijken voor Chineezen, Grieken, Italianen, negers. Ook in Batavia wonen de meeste Chineezen nog in de zeer typische, drukke, morsige en dicht bebouwde Chineesche kamp. Een paar grachtjes, die haar doorsnijden (plaat 52) hebben daarentegen de rust van Venetië. De bouwtrant der Chineesche huizen, waarvoor vooral de dakvorm kenmerkend is, komt op de plaat goed uit. Al deze Oosterlingen, ook Arabieren en Klingaleezen, bouwen hunne huizen liefst van steen. Nieuw-Batavia bestaat uit de oude voorsteden Noordwijk, Rijswijk en Weltevreden, benevens het reusachtige Koningsplein (bijna een vierkante kilometer groot) met de lanen en dwarslanen daaromheen, die in 't zuidwesten een uitlooper hebben in de wijk Tanah abang (= roode aarde), waar de bodem begint te rijzen en de grijze klei der kuststreken voor de roode verweeringskorst der hellinglanden plaats maakt. De postdienst gebruikt voor de geheele nieuwe stad den naam Weltevreden. De namen Noordwijk en Rijswijk zijn thans beperkt tot een paar buurten, van winkels en hotels, aan weerskanten eener fraaie gracht gelegen, die ook de curieuze, publieke waschinrichting te zien geeft, op plaat 51 afgebeeld. Behalve deze winkelbuurten bestaat gansch de bovenstad uit lanen van villa's, ieder afzonderlijk op haar erf gelegen, alleen afgewisseld door openbare gebouwen en het uitgestrekte Inilitaire kampement. Zij is van een buitengemeene fraaiheid, deze stad van groen en wit, dit reusachtig park, waar op een oppervlakte van ongeveer 6 K.M., ongeveer gelijk aan die van Rotterdam, slechts eenige duizenden Europeesche imvoners wonen. Het aantal der inlandsche bedienden, die in de bijgebouwen van alle huizen verblijf houden, is natuurlijk grooter. Een der schoonste gezichten in deze stad, in het Wilhelminapark, is op plaat 53 afgebeeld. De wijken (kampongs) der inlanders omgeven al de genoemde stadsdeelen en verbinden ze tot een reusachtig geheel. Voorzeker leveren ze een nog minder steedschen aanblik, in Europeeschen zin, dan de hoofdstad zelve; een inlandsche hoofdplaats, ook de grootste, is nu eenmaal niets dan een aaneenschakeling van dorpen, dikwijls, ook te Batavia, door grasvelden, groentetuinen en sawahs, klapper- en andere boomgaarden afgebroken. Voor de inlandsche wijken bestaat niet de tegenstelling in karakter tusschen steden en dorpen, die in de meeste streken van Europa voorkomt, waar ook de kleine stadjes vroeger ommuurd waren en daardoor meer aaneengebouwd dan de dorpen; een scheiding, die trouwens ook hier minder scherp wordt, waar dorpen tot steden uitdijen en de villa-bouw in sommige ‘tuinsteden’ is ingevoerd. Soerabaja, een stad van even groote beteekenis als Batavia, heeft een in veel opzichten afwijkend karakter. De vorm is zeer langgerekt, maar er is een band die alle wijken samenbindt: de rivier. Batavia mist noode zulk een levensader, die, druk bevaren, door de getijstroomen schoon gehouden, het stadsbeeld verfraait en verlevendigt, zoowel waar nabij de Roode Brug het prauwengewriemel duizelen doet en de groote kantoorgebouwen staan, als waar hoogerop deftige huizingen zich rijen langs hare kaden. De Roode Brug is het middelpunt der oude stad en van de handelsdrukte. Buiten de oude stad zuidwaarts bouwende, is men dit hier niet gaan doen als in de meeste andere Nederlandsch-Indische steden - ieder huis op eigen welbeschaduwd erf -, maar op de oude wijze, alleen met wat breedere hoofdstraten. Meest staan de huizen aaneengesloten en vlak aan de straat, vooral in de vele zijstraatjes en steegjes, zonnig en stoffig, te smal om er boomen te zetten. De aanleiding tot deze bouworde zal wel zijn, dat men voor zoo kleine en op elkaar gepakte woningen huurders vond in de leden van die Europeesche volksklassen, welke hier veel sterker vertegenwoordigd zijn dan in Batavia: opzichters en werklieden van de marineinrichtingen, de artillerie-constructiewinkel en andere werkplaatsen. Bovendien zijn kantoren, magazijnen, winkels en woonhuizen van Europeesche, Chineesche, Arabisehe en inlandsche inwoners veel meer dooreengemengd en eene scheiding tusschen beneden- of handels- en boven- of Europeesche woonstad is veel minder afgepaald dan in Batavia of Semarang. Dit geeft aan Soerabaja wel een levendiger en meer Europeesch karakter, maar maakt het tegelijkertijd vuiler, benauwder en onaangenamer om te verblijven. Naast de fraaiste woningen vindt men soms bouwvallige inlandsche winkeltjes of Chineesche krotten. Ruimer en fraaier wordt het uiterlijk der bovenstad pas, als men de mooie laan Simpang nadert; maar hier grenzen de inlandsche kampongs onmiddellijk aan de erven der Europeesche huizen. 1) Plattegronden van Batavia en Soerabaja zijn o. a. te vinden in P. R. Bos' Schoolatlas."

Type
glaspositief
Onderdeel van
Oorlog, vrede en recht, Kolonialisme
Identificatie
D000826
Trefwoorden
  • boten,
  • woningen,
  • diapositieven
Materiaal
glas
Locatie
Licentie
Erfgoedcollecties zijn meestal vanuit een Westers en koloniaal perspectief tot stand gekomen.